Hij had maar twee gezichten. Meestal de neutrale. Zijn wenkbrauwen werpen kleurontnemende schaduwen op zijn ogen: onleesbaar, flets, ontbrekend, doods. Zijn huid steekt bleek af tegen zijn donkere haren, zijn haren zonder dartelheid, hem een ietwat serieus, arrogant en onnadenkend aanzien gevend. Meestal valt er een asymmetrie waar te nemen; de verhoudingen tussen zijn kaakbot en jukbeen links en rechts zijn ongelijk, scheef, veranderlijk. Een beetje misvormd, onboeiend, onknap, onbijzonder – zo is hij.
Maar dan lacht hij en dit is wat je de hemel openbreken noemt, al heb ik dat nooit begrepen, want de lucht is datgene wat openbreekt en de hemel datgene wat zichtbaar wordt, dat paradijselijke waarvan je niet wist dat het bestond. Zijn mond verbreedt zich, trekt aan zijn wangen, neemt ze mee en laat de huidplooien toenemen, hem sympathiek en liefdevol makend. Zijn ogen vernauwen zich schertsend maar vrolijk, speels en afwijkend. Plots wordt hun de mogelijkheid gegeven het licht te vangen. Ze schitteren, ze stralen, fonkelen en kleuren fel en blauw, want dat zijn ze – blauw.
En ik kan nergens anders naar kijken. Gebiologeerd door spierbewegingen van zijn gezicht, van die metamorfose van saai naar Mooi, Bijzonder en Schitterend en ik wil niet dat hij ophoudt. Dat ik stop met staren. Zoveel mogelijk aardbevingen zien, veranderingen, beweeg me. Ik wil blijven praten, alles zeggen wat hem kan doen laten lachen, want er is niets anders wat ik zien wil dan hem zien lachen, dus lach ik zelf, opdat hij mee zal lachen en me steeds zienderogend zal blijven verbazen, lachend.
En de hemel betrekt, want afscheid moet ik nemen. Dus als ik voor hem sta, zeg ik uitgelaten tot ziens en glimlach breed, wacht tot hij me spiegelt en voordat hij het andere, onbetekenende gezicht weer aan heeft kunnen nemen, draai ik me om en snel weg, snel, het beeld herdenkend, zodat dat is hoe ik me hem herinner – lachend.
Lach voor me, zeg ik dan, in gedachten, waar hij verschijnt, mijn hemel bedekkend.
Je schrijft heel...lyrisch. Iets te lyrisch af e toe naar mijn zin =) Het stukje nuchtere reflectie in het stukje 'het is niet de hemel die openbreekt, maar de lucht, waardoor de hemel zichtbaar wordt' vond ik het interessantst uit dit stukje =) Ik heb nog nooit echt meegemaakt dat ik iemand ronduit saai vind zonder en Prachtig Bijzonder met lach. Maar een lach verlicht de saaiheid altijd wel wat =) Meestal. Ik heb zelfs een keer iemand gezien wiens lach zelfs saai was of ronduit ergerlijk.
Maar mooi idee =) As usual ^^
Nicole
2010/02/06 18:58:42
-
Wat een prachtig stuk. En best behoorlijk heel erg herkenbaar :)
nobravery
2010/02/06 12:32:22
.
Maar dan lacht hij en dit is wat je de hemel openbreken noemt, al heb ik dat nooit begrepen, want de lucht is datgene wat openbreekt en de hemel datgene wat zichtbaar wordt, dat paradijselijke waarvan je niet wist dat het bestond
Wauw, fantastisch. <3 Jouw woorden zijn een kleine hemel
Neilz
2010/02/04 09:41:28
-
Mooie, onalledaagse beschouwing. Herkenbaar, want een lachend gezicht is als een wereld met zonnestralen.
Esra
2010/02/01 21:04:20
-
Wat lief en mooi geschreven. :)
Dat gebiologeerd zijn herken ik wel. Ik vind het altijd zoiets vreemds en onbegrijpelijks - zeker nu het meestal door een bioloog is.