|
*Nader in te vullen
Hij begon er eigenlijk mee en nu zit het altijd in mijn hoofd. Nadat hij me zoals zo vaak een detail uit zijn werkdag verteld had (dat hij aan iemands gebit had gezien dat ze zwanger was), zei hij plots iets als: ‘Wel grappig eigenlijk, dat ik zeg dat ik tandarts ben en dat jij dat gelooft, terwijl ik ook totaal iets anders zou kunnen zijn. Dat ik maar doe alsof.’
Ik giechelde, zoals ik altijd doe bij hem. Vervolgens beaamde ik dat hij het dan wel zeer overtuigend speelde, met al die boeken, mappen en papieren beschreven met termen als endoscopie, ACTA, boren en vullingen, met al zijn rondslingerende spullen (kindertandenborstels, vierentwintig dozen tissues die hij goedkoop bij de leverancier kon krijgen, twee elektrische tandenborstels en werkroosters) en met al zijn verhalen (hoe sommige patiënten die van een andere praktijk naar hem overstappen belachelijk veel gaatjes hebben, hoe hij en zijn assistentes nieuwe kleding hadden uitgezocht en hoe het komt dat het zo koud voelt als je een gaatje hebt).
Ik dacht er toch nog even over na, maar besloot dat het niet mogelijk was dat hij een ander leven voor me verborgen zou kunnen houden. Dit was allemaal echt, hij. Vervolgens lachte ik om mezelf, dat ik er serieus over nadacht dat hij misschien iets of iemand anders zou kunnen zijn dan hij zei hij was – zoiets gebeurt alleen in films en series.
Maar die heb ik te veel gezien. Dus ik stopte niet met nadenken. Integendeel. In gedachten gaf ik hem ontelbaar veel tweede levens.
Hij is al een seriemoordenaar geweest. Net zoals Dexter schuilt in hem die onvermijdelijke drang naar het eindigen van levens, met een ziekelijk, maar ergens begrijpelijk, genoegen dat hij daaruit haalt. Maar toen hij met zijn slagersmes peultjes ging snijden, merkte ik helaas dat hij niet extreem handig was. Dat kon echter juist een reden zijn om hem te verdenken, want een goede moordenaar laat zijn vaardigheden niet zo makkelijk blijken. Of het is zo dat niet messen, maar andere voorwerpen zijn moordwapens zijn. Dezelfde hulpmiddelen als die hij voor zijn dekmantel gebruikt: boren en anesthesiespuitjes en alle andere potentiële tandheelkundige moordinstrumenten.
Hij is al een drugsdealer geweest. Maar dat leek me te afgezaagd, dus ik dacht meer aan autodealer. Eentje die illegaal auto’s verscheept uit China en aan gluiperige zakenmannen verkoopt (moet vast wel kunnen op de een of andere manier). Vandaar dat hij, terwijl hij pas een paar maanden als tandarts claimt te werken, net een gloednieuwe auto gekocht heeft. Althans, beweert gekocht te hebben dus.
Hij is al tandartsassistent geweest. Te beschaamd voor zijn ‘minderwaardige’ functie doet hij zich echter aan mij voor als volwaardig tandarts. Terwijl hij in de praktijk vullingen en boren aangeeft en afsprakenkaartjes invult, pikt hij de verhalen van de echte tandartsen in en vertelt ze vervolgens aan mij. Hij doet alsof hij zelfverzekerd en machtig is, maar ondertussen heeft hij zijn baas nooit met ‘je’ aangesproken en zorgt hij ervoor dat iedere medewerker in de praktijk zijn koffie geserveerd krijgt in zijn of haar favoriete mok.
Hij is al lid geweest van een geheime sekte, bestaande uit extremistische tandartsen die speciale stofjes of chips in vullingen stoppen die de hersenen aantasten en je denkwijze geleidelijk beïnvloeden. De tandartsen willen de wereld overnemen namelijk. Deze geheime club komt eens in de week samen en dan bespreken ze sneakier manieren om door te gaan met hun indoctrinatie, terwijl ze overleggen wie ze nog meer in hun club kunnen verwelkomen. Om hun groeiend succes te vieren ontkurken ze aan het begin van iedere bijeenkomst een fles champagne en zodra hun glas leeg is, zetten ze allemaal hun wekker voor over twee uur. Zodra de alarmen afgaan, pakken ze gezamenlijk hun tandenborstels en poetsen dan hun tanden (het zuur tast pas na die tijd niet meer het tandglazuur aan). Wie zich niet houdt aan deze regel, is in het vervolg niet meer welkom.
Hij is - mijn favoriet - al een geheim agent geweest. Op de geheime dienst van Nederland bestond het vermoeden dat er een paar terroristen-in-spe op de praktijk waar hij werkt rondlopen en hij is degene die alle inside-informatie moet verkrijgen. Binnen twee maanden kreeg hij een nieuwe naam en een nieuw verleden en volgde een spoedcursus tandheelkunde. Als hij in de praktijk staat, is hij meer bezig met hoe hij zich moet gedragen dan met hoe het zijn patiënten vergaat – vandaar dat hij laatst zo goed alle merken horloges die tandartsen dragen op kon noemen. Hij heeft de hardheid van Tom Quinn en de charme van Adam Carter, maar bezit tevens de geilheid van beide Spooks-personages.
En op een gegeven moment werd ik zo enthousiast over dit spel dat iedereen ongemerkt slachtoffer werd. Mijn zus is al een gokverslaafde geweest, mijn studiegenootje een hoer en de postbode de uitvinder van het douchegordijn die gek werd van alle media-aandacht en daarom incognito leeft. Het is zodanig verslavend dat ik nu constant in iedereen op zoek ben naar afwijkende handelingen, aanwijzingen die me een richting op kunnen sturen, ‘foutjes’ die me kunnen laten merken wie al die personen echt zijn. Van alles wat me maar kan voeden in mijn fantasieën. Loverboys, een heimelijke schizofreen, vampieren, ex-gedetineerden of mensen die altijd twee onderbroeken dragen – iedereen kan alles zijn.
Psychologen zouden het erover eens zijn dat mijn fantasieën over de mensen om me heen voortkomen uit een innerlijk verlangen. Dat ik waarschijnlijk identiteitsproblemen heb, dat ik anders zou willen zijn, iets of iemand anders. En dat is waar, want ik weet niet wie ik ben. Al ben ik in gedachten alles al geweest. Een martelaar, een ninja, een - mijn favoriet - geheim agent, een paaldanseres, een elf, een melkpoederverslaafde of de hoofdpersoon van The Mina Show. Het is heerlijk me te bedenken wat er zou gebeuren, hoe ik zou handelen, hoe het verhaal af zou lopen, hoe alles anders zou kunnen zijn.
Al is het verlangen niet de enige reden. Door op deze manier te verzinnen, door telkens te fantaseren over geheimen van anderen, ben ik de schepper. Ik creëer, ik maak alles wat ik wil. Want het allerliefst, het allervaakst, het allermeest, ben ik God.
|