|
De kou had ons bekropen
In onzichtbare mist gehuld
had ze ons willen omarmen
Ze had ons belaagd, haar
adem had ze uitgesmeerd
Door kieren in deuren en ramen
Vanuit de hoeken kwam ze
geruisloos dichterbij, klom ze
omhoog, beroerde de dekens
en lakens, zocht ze onze huiden
Zelfs toen we de veren van ons
wegschopten waren we niet
te bereiken en lieten haar ons
niet beroeren, maar streelden
bezeten haar elke poging weg
Samen waren we onaantastbaar;
we betastten alleen elkaar
|
|
|
<< Terug |
Reactie Toevoegen |