BlogtopmenuOver mijtopmenuCVtopmenuContact
Blijf staan bij wat ik schrijf
Het ongewone
RSS
Dit is de categorie2 beschrijving.
Vierkwartsmaat
2010/08/23 21:07:42

Het is hier nooit echt stil. Zelfs tussen de minieme momenten door dat ik niet mijn oren spits, hoor ik geruis of gesis. Maar dat zijn niet de ergste geluiden, want die zijn er altijd. Ik wacht op de onderbrekende klanken.
Woonkamer, ik lig op de bank. Mijn ogen zijn dicht, maar natuurlijk slaap ik niet. Ik wacht. Een kleine knal. Ogen open. Wat was dat wat zou dat zijn? Het blijft stil, dan geschraap. Wat was dat wat zou dat zijn? Nogmaals, geschraap, of nee, dit keer meer gekraak. Ik ren naar de keuken, ogen wijd, adem snel. De deur van de kast moet op slot.
Ramen dicht, want het geluid moet verdrongen. Of nee, ze moeten open, want ik wil geen demping. Dan weet ik minder. Natuurlijk luister ik nooit muziek. Ik praat nooit hardop. Ik roer met plastic lepeltjes.
De tijd verstrijkt. Ik kom steeds weer liggen op de bank, al loop ik heen en weer naar de keuken, de voordeur, de slaapkamer, al ga ik rechtop zitten op de bank. Wat zijn die geluiden toch? Het maakt niet uit, het is al weg. Daar is iets weer, wat was dat? Slaapkamer. Niets te zien. Bank. Stil gaan zitten, geen geritsel van kleren – dat laat dingen ongehoord. Daar was een dichtslaande autodeur. Toch? Was het niet iets anders wat kan dat zijn geweest? Keuken. Man doet zijn autodeur op slot.
Bank, liggen, bonk. Nu is er echt iets, dat kan niet anders. Keuken. Ja, mannen in oranje hesjes. Ze praten, ik wacht. Een apparaat wordt aangezet. Het zoemt, nee brult, nee ronkt. Als een boor die een oneindige muur te lijf gaat grijnst het geluid me toe. Het overheerst alles.
Ik hoor mezelf niet lopen, niet neerploffen op de bank. Oh nee, wat nu? Ik hoor niets meer. Deze stilte is benauwend. Ik wacht, minutenlang, maar het blijft. Ik lijd, dit is pijn. Het martelt me evenveel als mijn eenzaamheid. Ik haat dat, haat mezelf dat ik het wegmaak. Haat dat ik denk. Stop deze gedachten! Geluid, ik wil geluid. Ik wil geen stiltes, hoor je dat, dat wil ik niet. Alles wil ik horen behalve deze klacht.
Ik sla de tafel – niets. Ik schuif een stoel aan – niets. Ik gooi een boek  neer – niets. Bonk met mijn hoofd tegen de muur. Gooi mijn hele lijf ertegenaan. Het helpt, nauwelijks. Ik maak muziek. Met elke bonk: ik – wil – geen – stilte – geef – me – geluid.
Het geronk stopt, maar ik ga door. Ik ga door totdat ik echt niets meer hoor.

Voordat jij sprak
2010/08/18 17:58:15

[Fictie]

Mensen hebben me zo vaak verweten dat ik in een fantasiewereld leefde. Ik was te dromerig, te naïef. Ik moest reëler zijn, me niet vastklampen aan waanideeën, aan dingen die toch niet gebeuren zouden, of heel misschien, wie weet, op wonderbaarlijke wijze toch – maar hoogstwaarschijnlijk niet.

    Ik lachte dan, ik vond het prachtig. Ik zag hun waarschuwingen als jaloezie, hun nuchterheid als vlakte. Hoe saai kun je zijn? dacht ik dan. Hoe passieloos? Ik nam tenminste diepe sprongen, in gedachten.
    Over jou heb ik zoveel gefantaseerd. Ik heb elke mogelijke manier laten ontstaan om elkaar te ontmoeten, om verliefd te raken en uiteindelijk samen gelukkig te zijn. Jij hebt zoveel van mijn gedachten bezeten. Elk liefdesverhaal kon over ons zijn geschreven. Wij waren afwisselend een cliché en vervolgens een bizarre samenvoeging van mensen. Jij was eerst een gebroken man waarna ik je redde, of ik was een verbitterde eenzame en jij degene die mij bevrijdde. We waren zoveel dat we mijn hele hoofd meedogenloos vulden.
    Maar toen praatte je tegen mij. Waarom deed je dat? Waarom praatte jij? Tegen mij? Je dwong me om te reageren, met mijn mond, met mijn stem, met mijn gebaren. In de lucht die trilde stonden wij en plots praatten we. Het was niet meer ‘jij die me voorbij liep’ en ‘ik die jou nakeek’, maar ‘wij praatten’.
    Nu heb je het zoveel ingewikkelder gemaakt. Ik hield van je als fantasie, van wat er uiteindelijk van ons zou worden, maar ik sloeg zoveel stappen over. Ik negeerde de ongemakkelijke momenten, de banale woorden die we bij elke samenkomst zouden moeten spreken, de lange dagen dat ik jou niet zou zien. Al die dingen die twijfel opriepen, alles wat ons echte samenzijn uitstelde, waren te pijnlijk om aan te denken. Uit gemakszucht sneed ik, bracht een bijna levenslang verhaal terug tot enkele minuten. Nu moet ik elke echte minuut beleven, alle onzekerheden meemaken. Alles is zo teleurstellend, want niets kan alles wat ik dacht evenaren. (En dan die moordende gedachte: Wat als dit over is? Wat als we samen zijn? Is die ware droom wel te verdragen?)
    Ik haat jou omdat jij die paar zinnen tegen mij sprak. Nu zullen we verder moeten, want ik kan niet meer doen alsof we elkaar niet kennen. We zullen elkaar telkens aan moeten spreken, ons vorige gesprek voort moeten zetten. We zullen voorzichtig onze gegevens uitwisselen, ik zal dagenlang wachten op jouw sms’jes. Het zal nog weken duren voor we van verliefdheid mogen spreken. Deze geschiedenis is een marteling.
    En ik heb nergens om naartoe te vluchten. Mijn dagen en nachten zijn leeg. Ik moet de dingen hun beloop laten en mag er niet meer over fantaseren. Stampvoeten, dat mag ik. Het loopt helemaal niet zoals ik had bedacht.

Vastgelegd
2010/06/13 14:20:06

Uit haar blik kon ik afleiden dat ik even moest wachten met praten totdat zij iets zei wat op haar hart lag: “Je lijkt op mijn kleindochter”. Ik lach en stel een vraag waarop ik het antwoord al weet: “O ja? Heeft u een foto van haar?”
Haar hand wijst eerst en dan volgen haar ogen. Ik kijk naar een groepsportret met lachende gezichten. “Ja, daar staat ze”. Acht gezichten en een daarvan heeft donker krulhaar, een ietwat scheve, grote neus en lachogen.
De oude vrouw begint te vertellen terwijl haar vinger figuurtjes in de lucht maakt. Dat is mijn zoon met zijn vrouw, dat is de oudste dochter met haar vriend en dat de andere dochter met ook haar vriend en dat zijn de twee jongste kinderen. Ik kijk naar het gezicht dat mij aankijkt.
Even later drinken we thee terwijl mijn ogen me vijf keer aanstaren vanaf verschillende plekken in de kamer. Ik staar haar aan.
Oma pakt een fotoboek van de vakantie. We gingen naar Duitsland, zaten samen in een huisje. De omgeving ziet er groen en weelderig uit. Dit was de kerk waar we gingen kijken. Zij klom niet naar boven. Mijn knieën deden pijn.
We naderen de laatste dagen. De jongens maakten schoon. Nog één keer gingen we uit eten. Ik zit aan de tafel terwijl zij me vanaf de bank bekijkt. Oma’s vingers wijzen naar een bord met eten en tegelijkertijd naar een foto in het boek. Ik lach voor de foto, om de foto. Ze slaat de bladzijde om, ik kijk naar mijn vader.
De laatste foto van iedereen, lachend, lege borden met onze geschiedenis erop.
Ja, het was een fijne vakantie. Haar stem verliest de dromerige klank en de tijd is terug.
Ik glimlach naar haar, wijs met mijn vinger en zeg: “Datzelfde truitje heb ik ook”.

Hou me hier of laat me gaan
2010/05/19 22:58:20

Je loog toen je me vertelde waar je geweest was, toen je zei hoe je je voelde, toen je een reden gaf. Maar we deden beiden alsof er niets was. Er was echt niks aan de hand.
We zijn zo ver doorgegaan dat het zonder liegen niet meer lukt. Ik weet alleen maar dat ik je niet geloven moet, dat is het enige wat ik zeker weet.
Ik verlies mijn realiteitszin, ik verlies wat ik als de waarheid zie. En de enige aan wie ik het vragen kan ben jij, degene die niet de waarheid spreekt. Jij bedenkt de regels, jij stelt de voorwaarden op, aan jouw eisen zullen we voldoen. In jouw wereld zullen we leven, daar waar jij alles bepaalt.
Het is goed, het is ok. Hou me hier of laat me gaan.

Twee ramen
2010/04/29 16:34:34

In een stenen muur huizen twee ramen. Wij zijn die twee gevangenen, wij zijn de twee geketenden. Twee vermoeiden, twee eenzamen. Om ons heen de verstrengeling van de zwarte, koude stenen, onderwijl gegrepen door de zware sloten aan onze afgeleefde kozijnen.
Wij zijn beperkt, kunnen niet bewegen, inert onder de zwaarte van de muur. Elke liefde tussen jou en mij is het verhaal van de stenen, is door ons heen te bekijken. We vertellen dezelfde woorden, maar kunnen dat niet van elkaar weten. Wij kunnen praten, maar geen antwoorden geven om elkaar te bedaren.
Altijd is er afstand geweest tussen ons, altijd gescheiden. Met deze bitterheid zijn de nachten en dagen van jou en van mij verstreken. De afstand is nooit groot geweest, maar de muur houdt ons constant uiteen, terzijde. Slechts verbonden door de koude wind, wiens handen ons constant meelevend lijken te strelen. 

Wij moeten gevangen blijven, wij zijn voor altijd opgesloten; levend zolang we geketend blijven. Voor ons zal vrijheid het einde zijn; voor verlossing zullen we moeten sterven.

O, ging deze muur maar stuk. Gingen jij en ik maar samen dood. Werd er maar een bres geslagen, een breuk in de barbaarse muur. Konden we dan maar in een andere wereld elkaars handen raken. Op een plek waar geen pijnen de harten bewonen; geen muren zullen hun ramen separeren.

O, als deze muur maar breken zou. Als wij maar samen ten onder konden gaan. Samen de afgrond in, samen terneergeslagen. O, als wij maar gebroken zouden zijn, verslagen, om maar vrij te kunnen zijn, samen.

Laten we zinken
2010/04/23 18:02:02

Ze kijken naar de lucht, terwijl ze dobberen aan de oppervlakte. Vredig wijzend naar de wolken lijken ze almogend, schijnen ze in staat alle mogelijke gedachten naar wat er onder hen bevindt te elimineren. Dat is hun kracht: het argeloze.

Ik bevind me dieper, daar waar de oppervlakte vergeten lijkt. Ik bevind me daar waar ik omgeven wordt door leegte, diepte, zwarte vreugde. Hier ben ik alleen met de donkerte en de keuze om dieper te gaan. Ik ben een reiziger, op zoek naar het nog niet ontdekte, want het duister lijkt altijd verder te gaan, te bewegen.
Zij zijn daar bang voor. Ze denken van het licht te houden, denken dat het hier verdwalen wordt, dat je niet in het donker overleven kan zonder grond om je voeten op te balanceren. Daarmee bewerend dat de lucht tastbaar is; het is iets om je aan vast te kunnen grijpen. Maar niet wetend: er is echt niets wat we nodig hebben om uit onszelf te kunnen zweven.

Ik zal je mee naar beneden trekken, je verleiden tot wat er niet te zien is, je jouw wereld willen laten tonen. Als je niet oppast zal ik je voeten grijpen, dus wees niet op je hoede. Ik zal je constant blijven vragen, je blijven uitdagen, je stil laten doen zijn zodat je niet zult zwijgen. Ik wil niet dat je daar blijft, zo sereen drijvend, maar zoveel vergetend, zo onwetend. Want ik wil altijd dieper.
Ik wil alles uit je halen wat er in je zit. Ik wil dat je dat zelf wilt. Ik wil dat je mij gelooft, dat het diepere altijd het betere is. Dat het drijven in de donkerte zal voelen als het zweven in de lucht. Dat het verlangen naar licht het doorstaan van het duister is. Ik wil je de adem benemen.

Dit zinken is het allerhoogste wat we bereiken kunnen.

Get along with you
2010/03/31 21:15:18

Er waren geen pennen nodig. Geen brieven. Er waren geen telefoons, geen computers, geen wekkers waren nodig. Geen digitale codes, geen satellieten, geen auto’s (geen automaten), geen reizen, geen vastgelegde routes. Geen getallen, geen optelsommen waren nodig. Geen kleuren, geen lichten, geen droombeelden. Geen geknip, geen gelijm, geen geschets, geen het vormen van grote taferelen.

Ik heb nooit meer hoeven zijn dan wat ik geven wilde. Probeer me. Ontdoe me, ontneem me, ontken me niet mijn kwaliteiten, slechts omdat ik bij je zijn wou.
Voor mij waren alleen woorden nodig.

Vallen is uitgesloten
2010/03/27 11:30:56

Ze noemen dit de afgrond. Ze zeggen dat ik op moet passen, dat ik niet moet vallen. Ze bevelen dat ik hier moet blijven. Dat dit het einde is, de grens. Ze waarschuwen me voor de zwarte leegte. Ze vragen me of ik de vergruizende, naar beneden rollende stenen dan niet hoor. Voel ik de wind niet uit het ravijn kruipen? Is zijn trilling niet zwaarbeladen? De vrees die hij meevoert niet te horen?

Maar ik zie slechts een horizon. Ik zie geen dieptes, geen dalen. Ik zie de vlakte, begroeid met het groene leven. Bomen die schaduwen bieden, maar geen gaten herbergen. Ik hoor wat vogels, bewegingen van niet-dode wezens. Ik voel de wind genegen fluisteren, voel hem me vragen of ik niet mee ben te voeren.

Ik kijk hen meewarig aan en begin te lopen.

19 Totaal items 1  2  3 

<< Alle categorieën


Blogbottom menuOver mijbottom menuCVbottom menuContact