BlogtopmenuOver mijtopmenuCVtopmenuContact
Blijf staan bij wat ik schrijf
Blog
RSS
Get along with you
2010/03/31 21:15:18

Er waren geen pennen nodig. Geen brieven. Er waren geen telefoons, geen computers, geen wekkers waren nodig. Geen digitale codes, geen satellieten, geen auto’s (geen automaten), geen reizen, geen vastgelegde routes. Geen getallen, geen optelsommen waren nodig. Geen kleuren, geen lichten, geen droombeelden. Geen geknip, geen gelijm, geen geschets, geen het vormen van grote taferelen.

Ik heb nooit meer hoeven zijn dan wat ik geven wilde. Probeer me. Ontdoe me, ontneem me, ontken me niet mijn kwaliteiten, slechts omdat ik bij je zijn wou.
Voor mij waren alleen woorden nodig.

Mijn achternaam beweert anders
2010/03/30 17:29:24

Dus toen hij zei dat wat ik gedaan had weer het bewijs vormde dat je nooit op anderen behalve jezelf moet vertrouwen, was mijn eerste impuls bijna om het te beamen. Maar eerlijk gezegd brak er juist iets. Ik had (ongewild) mijn zwarte kijk ervoor laten zorgen dat iemand anders mijn haast bedorven denkbeelden over nam. Hoe beangstigend kan het zijn als je invloed hebt op de mensen om je heen? Hoe naar als je ze kan laten geloven waar jij in gelooft? Als ik een politicus was geweest, had ik er blij mee kunnen zijn, maar ik wil anderen alleen bewegen – ik wil ze niet veranderen.
(Vertrouwen op mensen om je heen is juist zo mooi. Ik wil niets in anderen stuk maken waar ik zelf naar verlang.)

Vallen is uitgesloten
2010/03/27 11:30:56

Ze noemen dit de afgrond. Ze zeggen dat ik op moet passen, dat ik niet moet vallen. Ze bevelen dat ik hier moet blijven. Dat dit het einde is, de grens. Ze waarschuwen me voor de zwarte leegte. Ze vragen me of ik de vergruizende, naar beneden rollende stenen dan niet hoor. Voel ik de wind niet uit het ravijn kruipen? Is zijn trilling niet zwaarbeladen? De vrees die hij meevoert niet te horen?

Maar ik zie slechts een horizon. Ik zie geen dieptes, geen dalen. Ik zie de vlakte, begroeid met het groene leven. Bomen die schaduwen bieden, maar geen gaten herbergen. Ik hoor wat vogels, bewegingen van niet-dode wezens. Ik voel de wind genegen fluisteren, voel hem me vragen of ik niet mee ben te voeren.

Ik kijk hen meewarig aan en begin te lopen.

-
2010/03/25 19:19:56

Ik heb niets gevraagd
Maar je bleef
Niet in staat te antwoorden

Mijn zinnen eindigden.
Als jij verder ging
Dan ik durfde

Niet te zeggen dat
Je soms wachten moet
Zodat ik praat

Hier is geen reden voor
2010/03/23 07:50:53

Ik vind het geen depressiviteit, omdat dat inhoudt dat je natuurlijke staat er een van geluk is. Ik vind niet dat dat zo is. Dit is mijn natuurlijke staat, deze zwaarmoedigheid. Geluk mag ik dan vooral vinden in kleine dingen, maar het is geen optelsom; ik word er niet intrinsiek gelukkiger van.
    En het is niet dat ik zomaar opgeven wil met leven. Ik kan prima meedoen met alles. Ik kan mijn verzekeringen regelen, mijn belastingaangifte doen, snel en efficiënt de kassaprocedure doorlopen in supermarkten. Ik ken de succesformules, weet hoe je een goede baan kan vinden, hoe je opdrachten maken moet, hoe je met mensen om moet gaan. Dat wil niet zeggen dat ik de formules altijd toepassen kan (of wil), maar het wil zeggen dat ik er eigenlijk geen zin meer in heb eraan mee te doen.
    De waarheid is dat de enige reden dat ik nog wil leven, dat ik heus nog mee ga doen, is dat ik nieuwsgierig ben. Ik wil weten hoe alles zich gaat ontwikkelen de komende jaren. Ik wil weten welke nieuwe filosofische stromingen er komen, welke boeken er nog geschreven gaan worden, welke films nog gemaakt. Ik wil weten in hoeverre Google de wereld van de wetenschap over nemen gaat, ik wil weten wat de resultaten zullen zijn van de aankomende verkiezingen, ik wil weten of vertaalmachines ooit onfeilbaar gaan werken, ik wil weten waar het heen gaat met Iran, ik wil weten welke producten Apple nog meer gaat ontwikkelen en ik wil weten of er ooit een goedkope en definitieve ontharingsmanier uitgevonden wordt. Ik wil die ontwikkelingen aanschouwen. Maar niet echt voor een persoonlijk doel.
    Daarnaast vervaagt het idee er misschien zelf aan bij te kunnen dragen steeds meer. Het maakt toch niet uit. Natuurlijk wel een beetje en voor dat beetje wil ik heus wel iets doen, maar het is niet essentieel. Niet voor de wereld en niet voor mij.
    Ik hoef niet te horen dat het echt niet zo is en dat geluk echt het hoogst haalbare is, want dat is slechts de optimistische structuur die we inherent gemaakt hebben aan ons mens-zijn. Datgene waaraan we ons vastklampen. Heel mooi, maar ik word dat op die manier denken zo zat. Het werkt voor mij niet meer. Daar word ik alleen maar moedelozer van.

Causaliteit
2010/03/19 06:42:05

Afgelopen weken hebben we kunnen zien dat de onafhankelijke gebeurtenissen X, Y en Z zich hebben voorgedaan, welke alledrie een tragisch verloop gekend hebben.
Wanneer we de mogelijke oorzaken analyseren, valt op dat er één factor is die telkens heeft bijgedragen aan de ondergangen. Deze factor voor het tot stand brengen van de catastrofes lijkt object M te zijn. Concluderend kan gesteld worden dat zij gebeurtenissen tot een rampspoedig einde brengt. Het is daarom aan te raden haar invloed op de wereld zo klein mogelijk te laten zijn.

Ik berust me
2010/03/14 17:54:22

Verzetten heeft nooit zin gehad. Ik ken slechts de berusting.
Er is zoveel om op te geven en zo weinig om voor te blijven strijden. Ik heb geen kanten op te lopen, geen keuzes te maken.
Het leven is het aanleren van vaardigheden om de machtsverdeling te kunnen beïnvloeden.

Wat lijkt te helpen is het begrip in stilte delen, dus lees ik Houellebecq en wat boeken over literatuurgeschiedenis om mijn eigen tijd te ontstijgen. Er is niets van te leren, omdat ontsnappen toch niet kan. Ontstijgen overigens ook niet. Ach, dan maar weer de berusting, niet?

(Het tegendeel) bewijzen
2010/03/05 17:07:49

Al haar vriendinnen vond ze gek; ze waren irrationeel en onredelijk. Ze kon zien waar zij faalden en was vastbesloten zelf niet in hun valkuilen te trappen.
    Zij geloofden in iets waar ze constant bevestiging voor zochten. Ze had het nooit kunnen begrijpen: hoe blind ze werden, hoe ze plots dingen verzonnen, onbeschaamd en ongeremd. Het maakte haar zelfs een beetje bang dat zij zo ondoordacht konden denken, dat mensen zo konden zijn.
    “Hij had een ring voor me gekocht!” had er één een keer geroepen. Extatisch stak ze vervolgens haar hand uit, om het bewijs te tonen. Een ander had eens opgeschept: “Vorige week zei hij zijn voetbalavondje af om bij mij te zijn.” Weer een ander was wat subtieler, liet zich in bijzinnen ontvallen hoe haar vriend altijd attent vroeg hoe haar tentamens gingen, hoe ze troost bij hem vond toen haar oma overleed en hoe hij elke week bloemen voor haar meebracht.
    Zij zag hoe de anderen allemaal een gedachte hadden waar ze bevestiging voor zochten, zodat ze uit konden roepen: “Hij houdt van me en dit is het bewijs!”

Zo was zij niet. Zij zocht juist naar weerleggingen van de meest negatieve aanname die ze verzinnen kon. Hij houdt niet van me, was wat ze altijd dacht. Hij hoeft me niet. Ik snap niet waarom hij bij mij wil zijn, want redenen heeft hij niet.
    Vervolgens ging ze haar aanname toetsen, zoekend naar bewijzen om het tegendeel aan te kunnen tonen. Dan deed ze de meest gekke dingen, in de hoop haar eigen gedachten te ontkrachten. Zo had ze een keer expres de laatste trein gemist, te langzaam naar het station lopend. Laconiek zag ze hoe hij wegreed, haar achterlatend en haar het excuus gevend van het uitvoeren van haar test. Want ze moest nu iemand bellen, iemand die haar thuis zou kunnen brengen. Gespeeld verslagen belde ze hem toen huilend op, waarop hij bezorgd vroeg wat er aan de hand was. Vervolgens kwam hij ongekend snel aanrijden en lag ze ’s nachts in zijn armen, glunderend van euforie, omdat ze haar assumptie hiermee weerlegd had. Het bleek onhoudbaar, niet waar. Hij moest wel van haar houden.

    Maar haar geluk duurde nooit lang, want ze kon alles relativeren, alles als nietsbetekenend voor doen laten komen. Dan dacht ze: “Ik weet dat hij niet ongevoelig is, maar medelevend en sympathiek. Hij zou nooit iemand in de kou laten staan. Hij heeft me niet opgehaald omdat ik het was. Hij deed het niet omdat hij van mij houdt, maar simpelweg uit naastenliefde”.
    Dus verzon ze weer iets nieuws. Dan maakte ze een belangrijke brief zoek, wachtte totdat hij al drie uur in slaap was, schudde hem dan wakker en vertelde over haar verlies en hoe ze daarom niet slapen kon. Samen zochten ze er toen naar, hij slaapdronken, maar wel in staat om haar te troosten. Of ze sneed in haar armen, net zolang tot het ging bloeden en de wonden en littekens niet te ontkennen waren. Dan zag hij ze, maar hij kuste ze, verzekerde haar ervan dat hij haar daarom echt niet zou verlaten. Steeds kon ze haar aanname verwerpen. Om toch maar te besluiten dat het niet genoeg was, dat de falsificatie niet afdoende en te arbitrair was. Zo beklemde ze zichzelf, bemoeilijkte ze het zich om van iemand te houden en van zich te laten houden. Haar stelling kon nou eenmaal nooit worden weerlegd.
    Totdat hij haar op een keer toefluisterde dat hij van haar hield en haar oprecht aankeek, want als hij ergens in geloofde, deed hij dat zonder enig twijfel. Plots ervoer ze hierdoor diezelfde euforie, maar nu ongepland; ze had er zelf geen moeite voor hoeven doen. Maar ook toen hield het gevoel niet lang stand, want welke waarheid dragen woorden?
    Al veranderde zijn uitspraak wel iets in haar. Ze zag in dat haar axioma wel eens de verkeerde zou kunnen zijn. Dus ze ging met zichzelf in beraad en besloot het om te draaien en vanaf nu het tegenovergestelde aan te nemen. Ze begon erin te geloven dat hij wél van haar hield.
    Maar ze had haar methoden niet veranderd: ze zocht nog steeds naar weerlegging. Ze pijnigde hem, zocht de grens op, om hem te toetsen; om te kunnen besluiten of hij van haar hield moest ze er alles aan doen haar nieuwe aanname te ontkrachten. Als alles dan gedaan was en de assumptie hield nog steeds stand omdat hij bij haar was, wist ze dat ze het bewezen had. Dan hield hij echt van haar.
    Dus ze liet hem voortaan een uur op haar wachten. Ze draaide zich weg als hij ’s nachts in bed tegen haar aanschuurde, al was haar verlangen even groot. Ze gooide wijn over zijn laptop en zei niet eens sorry. Ze zei dat ze zijn beste vriend haatte. Ze ging zo ver door dat ze de vraag of zij wel van hem hield helemaal vergat. Maar hij verliet haar nooit en zij kreeg nooit genoeg, dacht nooit: “Nu heb ik alles geprobeerd, maar hij is nog steeds bij me”. Ze bleef maar wachten op het moment dat hij zou zeggen: “Vanaf nu hou ik niet meer van je”.

8 Totaal items


Blogbottom menuOver mijbottom menuCVbottom menuContact