BlogtopmenuOver mijtopmenuCVtopmenuContact
Blijf staan bij wat ik schrijf
Blog
RSS
De tandarts
2009/10/30 16:34:07
“Heb je al met de elektrische borstel gepoetst?”
    Ik kijk betrapt en schuldig glimlachend weg. “Nee, eigenlijk niet.”
    “Waarom niet?” Ik vang lichte verwijting op.
    “Nou, ik heb het wel geprobeerd, maar het was eng en ik snapte het niet en ik had geen poetsinstructies gekregen, dus ik wist niet wat te doen?”
    “Hm, oké. Maar je moet het wel gaan doen!”
    Ik knik ijverig. “Ja, ik zal ermee gaan poetsen, maar dan moet ik wel eerst weten hoe het moet.”
    “Klopt, ik had je de vorige keer geen poetsinstructies gegeven. Ik zal je nu wel foldertjes meegeven waarin wat dingen staan.”
    Ik giechel. “Ok.”

    “Je moet het wel echt gaan doen!” Een beetje streng, maar altijd lief kijkt hij me aan.
    Ik lach. “Ja, ik ga het echt doen!” Want ik vertrouw hem. Hij is alwetend op dit gebied, verzorgt de gebitten van honderden mensen en heeft me al zoveel geleerd. Dat je niet moet spoelen als je fluorhoudende middelen gebruikt bijvoorbeeld. Dat als er iets mis gaat, zoals het openboren van iemands gehemelte, je het als tandarts vooral niet moet laten merken, al tril en zweet je nog zo. Dat bij het maken van een kroon de tand aan iedere zijde drie graden geslepen moet worden en dat het kunnen van die vaardigheid hem veertig kunsttanden heeft gekost.

    “Het kietelde ook heel erg”, giechel ik verder.
    Hij lacht mee, zegt: “Ja, dat is de eerste keer wel vreemd” en pakt me dan met zijn rechterhand bij mijn middel om me naar zich toe te trekken. Hij brengt zijn hoofd naar mijn hals en kust me daar terwijl hij mompelt: “Dus het kietelde?”
    Van zijn strelende lippen moet ik nog meer giechelen, dus ik sla ook mijn armen om zijn lichaam en druk me tegen hem aan. Dan kruipt zijn mond naar mijn mond en terwijl hij me mee het bed intrekt, weet ik dat het onderwerp ‘tandheelkunde’ voor nu even afgesloten is.

Hij doet het weer
2009/10/30 11:22:08
Wegens technische mankementen was het gedurende een paar uur onmogelijk om reacties te plaatsen. Mijn excuses hiervoor. Met vreugde kan ik meedelen dat de problemen opgelost zijn en dat er weer reacties geplaatst kunnen worden!

Omdat het laat is en ik antwoorden wil
2009/10/30 00:22:09
Hoe vaak moet je iets tegen jezelf zeggen voordat je erin begint te geloven? Of hoe vaak moet iets tegen je gezegd worden voordat je het aanneemt? Door wie moet het dan gezegd worden? En moet het wel gezegd worden? Of zijn daden, acties of gebeurtenissen een beter middel voor zelfovertuiging? Moeten die dan uit jezelf komen of door anderen geïnitieerd worden? En maakt het daarbij uit wie die dingen doen?

“Namens de selectiecommissie van het honoursprogramma neerlandistiek wil ik je graag hartelijk bedanken voor het prettige gesprek van vandaag. De commissie heeft besloten je toe te laten tot het programma."

Hoe vervang je alle gedachten die je je hebt aangeleerd? Werkt je brein als een computerprogramma: “If X, then replace with Y”? Waar voer je die functies dan in? Hoe heb je er controle over? En hoe weet je of wat je denkt wel vervangen moet worden? Wat als je gedachte klopt, maar iedereen zegt toch dat dat niet zo is? Moet je dan aan jezelf gaan twijfelen? Of ben je blind als je dat laatste niet doet?


“We willen je van harte feliciteren van het cum laude behalen van je propedeusediploma Taal en Communicatie.”

En wat als je goede dingen over jezelf vertelt tegen anderen, denken zij dan dat jij goed over jezelf denkt?

In niets lijkt het op hoe volwassenen het doen
2009/10/25 12:47:36
Ik ben in mijn vijfde levensjaar blijven steken. Me verder ontwikkelen heb ik niet gekund. Dus als ik de woorden lees en de letters schrijf, ben ik een kleuter die stamelt en stottert en ongecontroleerd taal tekent. In niets lijkt het op hoe volwassenen het doen. Het is vast komisch en een beetje aandoenlijk, maar voor mij vooral frustrerend, want het Nederlands beheers ik wel goed, zoals iemand van mijn leeftijd dat behoort.
    Maar sinds kort wil ik het gewoon kunnen: ik wil Farsi lezen en schrijven alsof ik nooit anders heb gekund. Ik wil niet meer met de snelheid van een bejaarde zonder leesbril woorden moeizaam oplezen, afzonderlijk van elkaar en intonatieloos, waardoor zinnen hun lexicale samenhang missen. Ik wil de ongeschreven klinkers goed kunnen plaatsen en niet ghom zeggen in plaats van gham. Ik wil niet meer door echte Iraniërs uitgelachen worden om idioomfouten. Ik wil weten wat de oude Iraanse dichters en schrijvers verhaalden in hun mooie, zwaarwichtige, haast archaïsch aandoende verzen en zinnen. Ik wil goed zijn in mijn moedertaal.
    Vier jaar was ik toen ik leerde lezen en schrijven. Binnen twee weken schijnt mijn zus mij met behulp van haar eersteklasboek de basis geleerd te hebben. Vervolgens probeerde ik pienter te zijn en las op eigen houtje kinderboekjes en leerde steeds meer. Maar toen we naar Nederland kwamen, drong zich een andere taal aan mij op die belangrijker was om geleerd te worden. Alle opfrispogingen van mijn moeder ten spijt, bleef mijn eerste – of inmiddels tweede – taal op inactief staan. En nu het dreigende Engels niet alleen steeds meer landen verovert, maar ook mijn hersencellen in bezit neemt, is het tijd voor een talentwist in mijn hoofd. Met als wenselijk doel een drieslachtige, synergie-achtige symbiose.
    Dus begon ik weer met het eersteklasboekje, dat ik in een paar dagen onder de knie had. Daarna voelde ik hoe langzaamaan mijn zesde levensjaar zich aandiende terwijl ik met wat moeite begon in het tweedeklasboek, waar ik nog steeds in bezig ben. Ook onze kinderboeken, over dieren die hun staart kwijt zijn, een wit veulentje dat de rivier over wil steken en een meisje dat een hoofddoek maakt van zijde, ontletter ik. Ondertussen sta ik stil bij dingen waar ik hiervoor nooit bij stilgestaan heb, zoals waarom mikhabam in feite als mi khabam wordt geschreven, waarom er drie s’en, twee t’s, drie z’en, twee gh’s en twee h’s zijn en waarom de ronding van de f zich wel op dezelfde regel bevindt, terwijl die van de haast hetzelfde uitziende gh eronder krult. Ik verwonder me over de klanken, die zangerig en slepend klinken, en over het metrum, dat net als in het Latijn vast ligt en onveranderlijk is. 
    Gestaag word ik ouder, hoef steeds minder moeite te doen om de woorden te begrijpen en ze goed uit te spreken. De letters schrijf ik niet meer hoekig, maar soepel verschijnen ze op het papier, waar ze voorzichtig de dansende lijnen aannemen van het schrift van een volwassene. Mijn stem wordt krachtiger, mijn intonatie klankrijker en mijn woordenschat weelderiger. En ooit, ooit zal ik oud genoeg zijn om ten minste één hele mooie zin te schrijven in de taal die mij altijd machtig zal zijn.

Geheimen
2009/10/19 22:45:51

Ik vertel je verhalen
Hoor
ze verschijnen
en mij illustreren

Hoe grijze materies verspreiden
de dromen bezeren
Hoe heksen demonen berijden
en spoken vermoorden

Hoe mooie prinsessen of hopen
er niet toebehoren
Hoe lijzige liefde bedrijven
aan elk is ontnomen

Beluister me praten
De geschetste ravage
M’n demonen vertalen
En, als je alles weet

Mag jij me verlaten
Maar laat
de motieven
niet zijn de verhalen

Geen beeldgebruik
2009/10/17 20:16:04

Schreef ik een paar weken geleden nog dat ik niet te vangen wil zijn in woorden, nu deed ik het juist. Want mezelf tekenen kon ik niet. Dus terwijl de anderen bedachten hoe zichzelf te portretteren, de kleurpotloden pakten, hun eigen gezichten en een paar eigenschappen of attributen illustreerden, besloot ik niet te tekenen. Even staarde ik en schreef vervolgens een aantal woorden. Iets anders ben ik niet.

Elk woord is een vers
gegeven aan mij
Maakt mij stil
staan bij wat ik zie

Hoe wij vervlakken
2009/10/16 12:48:33

Ergens tussen een paar weken geleden en het moment dat ik stopte het zo te noemen, bedacht ik te stoppen met het te noemen zoals het genoemd wordt. Deels omdat ik zat ben steeds te moeten uitleggen wat het precies inhoudt en deels omdat het uiteindelijk niet zoveel uitmaakt hoe het genoemd wordt. Dat laatste deels omdat het gaat om wat ík ervan vind en deels omdat andere mensen het toch altijd vergeten. Dat is omdat het ze deels niet interesseert en deels omdat het een van de zovele studies is, dus ononthoudbaar. Maar daar kom ik later op terug. 

Dus wat heel veel mensen betreft studeer ik ‘gewoon’ Nederlands. Terwijl wat ik doe eigenlijk veel meer op taalbeheersing, argumentatie, schrijven en redigeren is gericht en minder op de Nederlandse literatuur, literaire instituties en de geschiedenis van de Nederlandse taal. Niet dat ik niet geïnteresseerd ben in de laatstgenoemde onderdelen (ik volg zelfs keuzevakken van Nederlands), maar die maken geen deel uit van de basis van mijn studie. Dus waar ik eerst antwoord probeerde te geven op de vraag wat Taal en Communicatie inhoudt, gebruik ik nu één toegankelijk woord.  

Een woord dat iedereen wel snapt. Zodra de naam van een studie ingewikkeld wordt, haken mensen af. Logisch, want we zijn allemaal afgestompt. Ongeïnteresseerd in de inhoud van de ontelbare studiemogelijkheden waarvan we zo vaak horen.

Ik geef de schuld aan de altijd op specialisme gerichte samenleving die ons telkens voor keuzes stelt en schreeuwt: ‘NU kiezen! Wat wil je? Zeg op!’, terwijl de meesten van ons bedenktijd nodig hebben. Maar dat is niet efficiënt, dus je moet NU kiezen. Doorzoek het resem aan universiteiten, het scala aan leerstoelgroepen, de lange waslijst met studies en kies. Specialiseren is mooi, behalve als het afbreuk doet aan de psychische toestand van mensen.

Terug naar het woord dat iedereen wel snapt. Deels dan:
Ik: “Ik studeer Nederlands.”
Zij: “Maar dat kan je toch al?”
Ze was deels dom en deels had ze gelijk. 

Verlies
2009/10/12 17:38:45
[Kort verhaal]

I

In mijn puberale kleingeestigheid verweet ik mijn ouders hun onverschilligheid ten opzichte van het kopen van spullen. Het kon ze maar weinig schelen of iets mooi was; belangrijker was de nuttigheid ervan. Ze kochten haast nooit nieuwe kleren, spullen voor het huis of zomaar iets extra’s. Ik schaamde me voor hun simpelheid. Niet dat ik dan zo’n big spender was, maar ik vond het belangrijk om te hebben. Elke maand nieuwe kleren, nieuwe schoenen, nieuwe tassen. En ook al wist ik dat ik er geen behoefte aan had, het was de norm waar je je als vijftienjarige aan moest houden. Ze zeiden er niets over, maar ik kon merken dat mijn ouders het niet begrepen. Net zo min als dat ik hen begreep.

    Nu snap ik hen op de beste manier waarop je iemand kan snappen: omdat je zelf ook zo denkt en doet. Ik snap waarom mijn vader
19 Totaal items 1  2  3 


Blogbottom menuOver mijbottom menuCVbottom menuContact