BlogtopmenuOver mijtopmenuCVtopmenuContact
Blijf staan bij wat ik schrijf
(Het tegendeel) bewijzen

Al haar vriendinnen vond ze gek; ze waren irrationeel en onredelijk. Ze kon zien waar zij faalden en was vastbesloten zelf niet in hun valkuilen te trappen.
    Zij geloofden in iets waar ze constant bevestiging voor zochten. Ze had het nooit kunnen begrijpen: hoe blind ze werden, hoe ze plots dingen verzonnen, onbeschaamd en ongeremd. Het maakte haar zelfs een beetje bang dat zij zo ondoordacht konden denken, dat mensen zo konden zijn.
    “Hij had een ring voor me gekocht!” had er één een keer geroepen. Extatisch stak ze vervolgens haar hand uit, om het bewijs te tonen. Een ander had eens opgeschept: “Vorige week zei hij zijn voetbalavondje af om bij mij te zijn.” Weer een ander was wat subtieler, liet zich in bijzinnen ontvallen hoe haar vriend altijd attent vroeg hoe haar tentamens gingen, hoe ze troost bij hem vond toen haar oma overleed en hoe hij elke week bloemen voor haar meebracht.
    Zij zag hoe de anderen allemaal een gedachte hadden waar ze bevestiging voor zochten, zodat ze uit konden roepen: “Hij houdt van me en dit is het bewijs!”

Zo was zij niet. Zij zocht juist naar weerleggingen van de meest negatieve aanname die ze verzinnen kon. Hij houdt niet van me, was wat ze altijd dacht. Hij hoeft me niet. Ik snap niet waarom hij bij mij wil zijn, want redenen heeft hij niet.
    Vervolgens ging ze haar aanname toetsen, zoekend naar bewijzen om het tegendeel aan te kunnen tonen. Dan deed ze de meest gekke dingen, in de hoop haar eigen gedachten te ontkrachten. Zo had ze een keer expres de laatste trein gemist, te langzaam naar het station lopend. Laconiek zag ze hoe hij wegreed, haar achterlatend en haar het excuus gevend van het uitvoeren van haar test. Want ze moest nu iemand bellen, iemand die haar thuis zou kunnen brengen. Gespeeld verslagen belde ze hem toen huilend op, waarop hij bezorgd vroeg wat er aan de hand was. Vervolgens kwam hij ongekend snel aanrijden en lag ze ’s nachts in zijn armen, glunderend van euforie, omdat ze haar assumptie hiermee weerlegd had. Het bleek onhoudbaar, niet waar. Hij moest wel van haar houden.

    Maar haar geluk duurde nooit lang, want ze kon alles relativeren, alles als nietsbetekenend voor doen laten komen. Dan dacht ze: “Ik weet dat hij niet ongevoelig is, maar medelevend en sympathiek. Hij zou nooit iemand in de kou laten staan. Hij heeft me niet opgehaald omdat ik het was. Hij deed het niet omdat hij van mij houdt, maar simpelweg uit naastenliefde”.
    Dus verzon ze weer iets nieuws. Dan maakte ze een belangrijke brief zoek, wachtte totdat hij al drie uur in slaap was, schudde hem dan wakker en vertelde over haar verlies en hoe ze daarom niet slapen kon. Samen zochten ze er toen naar, hij slaapdronken, maar wel in staat om haar te troosten. Of ze sneed in haar armen, net zolang tot het ging bloeden en de wonden en littekens niet te ontkennen waren. Dan zag hij ze, maar hij kuste ze, verzekerde haar ervan dat hij haar daarom echt niet zou verlaten. Steeds kon ze haar aanname verwerpen. Om toch maar te besluiten dat het niet genoeg was, dat de falsificatie niet afdoende en te arbitrair was. Zo beklemde ze zichzelf, bemoeilijkte ze het zich om van iemand te houden en van zich te laten houden. Haar stelling kon nou eenmaal nooit worden weerlegd.
    Totdat hij haar op een keer toefluisterde dat hij van haar hield en haar oprecht aankeek, want als hij ergens in geloofde, deed hij dat zonder enig twijfel. Plots ervoer ze hierdoor diezelfde euforie, maar nu ongepland; ze had er zelf geen moeite voor hoeven doen. Maar ook toen hield het gevoel niet lang stand, want welke waarheid dragen woorden?
    Al veranderde zijn uitspraak wel iets in haar. Ze zag in dat haar axioma wel eens de verkeerde zou kunnen zijn. Dus ze ging met zichzelf in beraad en besloot het om te draaien en vanaf nu het tegenovergestelde aan te nemen. Ze begon erin te geloven dat hij wél van haar hield.
    Maar ze had haar methoden niet veranderd: ze zocht nog steeds naar weerlegging. Ze pijnigde hem, zocht de grens op, om hem te toetsen; om te kunnen besluiten of hij van haar hield moest ze er alles aan doen haar nieuwe aanname te ontkrachten. Als alles dan gedaan was en de assumptie hield nog steeds stand omdat hij bij haar was, wist ze dat ze het bewezen had. Dan hield hij echt van haar.
    Dus ze liet hem voortaan een uur op haar wachten. Ze draaide zich weg als hij ’s nachts in bed tegen haar aanschuurde, al was haar verlangen even groot. Ze gooide wijn over zijn laptop en zei niet eens sorry. Ze zei dat ze zijn beste vriend haatte. Ze ging zo ver door dat ze de vraag of zij wel van hem hield helemaal vergat. Maar hij verliet haar nooit en zij kreeg nooit genoeg, dacht nooit: “Nu heb ik alles geprobeerd, maar hij is nog steeds bij me”. Ze bleef maar wachten op het moment dat hij zou zeggen: “Vanaf nu hou ik niet meer van je”.

<< Terug Reactie Toevoegen
Suusie
2010/03/28 18:47:26
.
Gedeeltelijk herkenbaar..
Nicole
2010/03/09 08:20:41
-
Prachtig geschreven en verassend tot het eind :)
Bregje
2010/03/07 10:04:46
.
Mooi.
nobravery
2010/03/06 09:29:44
.
Inderdaad, ik moet me helemaal bij Esra aansluiten. Wat een stuk, ijzersterk!
Esra
2010/03/05 22:59:55
-
Oh, wat mooi. Hele treffende gedachte en goed uitgewerkt!
Ik vroeg me af tijdens het lezen waar het heen ging, na het snijden dacht ik aan haar dood, na zijn uitspraak dacht ik dat het goed zou komen, na het wijngooien dacht ik dat hij weg zou gaan, maar de laatste zin kwam met de enige echte conclusie :)
5 Totaal items
Nieuwe Reactie Toevoegen
Naam*
Onderwerp*
Reactie*
Voer de bevestigingscode in die u op de afbeelding kunt zien.*
Afbeelding opnieuw laden


Blogbottom menuOver mijbottom menuCVbottom menuContact