BlogtopmenuOver mijtopmenuCVtopmenuContact
Blijf staan bij wat ik schrijf
Blog
RSS
Mooie gordijnen
2010/09/03 21:07:00

Ze keek me niet aan toen ik via de galerij op haar afstapte. Ik begreep het meteen.
‘Ben je bang voor honden?’ vroeg ze me.
Er valt niets te vrezen, dat weet ik. Maar toch: ‘Alleen als ze heel groot zijn.’
‘Hm, ja... Het is een blindegeleidehond.’
Ik bemiddelde: ‘Die zijn meestal heel lief’ en was blij om eens niet te horen dat hij of zij echt niets doet hoor.
De hond overweldigde me. Ze sprong tegen me op, kwispelde, draalde, hijgde, ze snuffelde en sprong weer. In het kleine halletje staande dansten wij terwijl de vrouw ‘laag’ riep. De hond luisterde, maar kende haar baasje te goed: stiekem, stilletjes begon ze toch weer tegen me op te kruipen.
Thee werd ongezien voor me ingeschonken, terwijl ik werd opgeslokt door de omarmingen van de hond, die me nog steeds zo enthousiast ontving dat ik me gevleid begon te voelen.
We dronken thee en praatten, ik observeerde. Een vreemde gedachte kwam in me op: dat ik alles kon doen wat ik wilde, ongemerkt. Ik kon mijn tong uitsteken, mijn nagels bestuderen terwijl ik met haar converseerde of het schoonmaakwerk lusteloos doen. Maar ik wist al dat ik niets anders zou doen dan ik altijd al deed.
Terwijl ik praatte keek ik haar aan, ik lachte, veranderde van gezichtsuitdrukkingen. Ik maakte spiegels schoon, ik zoog in alle hoeken. Ik complimenteerde haar over haar gordijnen, ik duwde een onder een kast gevallen papiertje in haar handen. Ik volgde haar vinger naar foto’s van haar eerdere vier honden, ik verplaatste beeldjes om eronder te kunnen afstoffen.
Niet uit medelijden deed ik dit alles, niet omdat deze vrouw dit niet kon. Niet omdat ze het niet verdiende om verwaarloosd te worden, niet omdat zij juist een betere behandeling verdiende dan anderen. Niet omdat ik met tranen in mijn ogen had gestaan omdat zij mij als enige onbevooroordeeld had toegesproken; ze had gedacht dat ik een Nederlandse was met blonde haren. Niet omdat zij mij door haar handicap wel moest vertrouwen, terwijl ik zo makkelijk had kunnen stelen, liegen of bedriegen. Niet om dit alles.
Ik deed het zoals altijd uit een soort van liefde. Zij was niet anders dan alle anderen, zij had ook simpelweg geleefd. En in haar zag ik wat ik vaker zag: een wil. Ik weet niet naar wat, dat doet er ook niet toe, want het is anders, bij iedereen. Maar deze mensen zijn niet hetzelfde als de apathische soort, zij die verzuurd zijn, verbitterd. Het leven heeft hen niet gegeven wat ze vroegen (omdat ze niet tevreden waren met wat ze kregen), dus nu willen ze alleen maar hun ontevredenheid uiten. Zij zijn de ergsten, mijn verschrikkingen. Maar ook bij hen ben ik dezelfde; ik ga altijd op zoek naar een sprankje leven. Door mijn glimlach heen ben ik wanhopig zoekende naar hun wil, hoop het beetje eruit te kunnen trekken. Oh, ik ben soms zo vervelend naïef.
En veel te gevoelig. Ik had medelijden met de hond. Ik schaam me voor mijn gedachten, voor mijn vochtige ogen op dit soort momenten, maar ik kon het niet aanzien hoe ze me aankeek met een knuffel in haar bek. En stomme ik, ik kan niet met honden spelen. Zelfs niet toen het me duidelijk werd dat de hond zo aandrong omdat de oude vrouw niet met haar kon spelen.
De eenzaamheid van de hond, vermengd met de toewijding jegens haar baasje, raakte me. De vrouw had ongelukkig kunnen zijn, maar koos ervoor te willen leven. De hond had niets te willen, maar gaf de vrouw toch alles, alle liefde die ze in zich had.
Nee, ik weet nog steeds niet waarvoor ik zou willen leven.

De Geschiedenis van Amelia Hofstede
2010/09/01 12:29:43

Amelia was geboren op 15 augustus 1985 als derde dochter van Anna en Henk Hofstede. Toen ze vijf was, was ze haar moeder kwijtgeraakt in de Bijenkorf en was huilend een uur onder een kledingrek weggekropen. Haar oma was op haar twaalfde overleden en haar tante was alcoholist. Vijf jaar geleden had haar vader een auto-ongeluk gehad waardoor hij niet meer kon lopen. Maar daar gaat het hier allemaal helemaal niet om.
De Geschiedenis die ertoe doet begon toen Amelia voor het eerst echt verliefd werd. Haar gevoelens voor Rick sprak ze echter nooit uit, omdat hij al met Linda had, en ze op dertienjarige leeftijd al genoeg kennis van de wereld bezat om bang te zijn voor afwijzing en schaamte. Na anderhalf jaar onbeantwoorde aanbidding werd ze het zat en accepteerde haar verlies even stil als haar liefde. Toen volgde er een periode van jeugdige relaties, die van haar kant een zekere naïeve toewijding bezaten, terwijl het voor de jongens eigenlijk alleen maar een spel was, een voorbereiding op latere liefdes. Pas toen de leeftijd voor seks aanbrak, ontspon ook haar lot, zoals haar dat jaren later nog steeds zou tekenen.

Haar Geschiedenis was bekend bij de mensen om haar heen. Ze dachten dat het als een zware last op haar moest drukken, dat het haar redenen gaf om geen geloof te hebben in de liefde. Maar iedereen wou haar gelukkig zien en zei haar niet op te geven. Vooral toen ze na anderhalf jaar ongebondenheid op haar vijfentwintigste Tobias leerde kennen, overstelpten ze haar met optimisme.
‘Ik hoop dat het dit keer beter gaat. Dat verdien je echt.’ Amelia knikte.
‘Gezien jouw Geschiedenis zou het fijn zijn als het dit keer echt wat werd, Melie’. Zij beaamde.
‘Volgens mij is hij heel anders dan de anderen’. Wat kon ze anders zeggen dan dat zij dat ook hoopte?

Het waren woorden die helemaal niet gezegd hadden hoeven worden. Want wat iedereen vergat te zien is hoe makkelijk zij verder ging. Ze had helemaal geen steun nodig gehad, niet die opbeurende gedachten.
Ja, het was zo dat ze telkens rotervaringen achter de rug had. Ja, haar ene ex was zes keer vreemd gegaan. Ja, de andere had haar slechts als opvuller gebruikt in de periode dat het uit was met zijn vriendin. Ja, twee keer had ze gehoord dat het toch niets meer zou worden dan alleen maar een seksrelatie. Ja, ze was lastig gevallen door een oude man die haar onpasselijk had aangeraakt.
Dat was inderdaad allemaal zo. Maar dat alles was voor haar geen reden om te denken zoals haar omgeving vermoedde: dat liefde niet bestond, of dat zij het probleem was en nooit meer kon worden dan een seksobject. Zij had elke liefde opnieuw een eerlijke kans willen geven, niet geremd door haar geschiedenis. Zij had onbevooroordeeld willen liefhebben zoals ze altijd al deed. Maar ze werd beperkt, gehinderd door het constante schetsen van haar Geschiedenis door haar vrienden en familieleden. Hun woorden overschreeuwden haar pogingen om haar verleden geen rol te laten spelen in haar handelingen van nu.

Haar geschiedenis nam daarmee ook voor haar een prominente plaats in terwijl het werkelijk niet ter zake deed. Tobias en zij lagen te praten in bed. Ze zei iets waaruit bleek dat ze dacht dat hij haar maar voor één ding wou.  
Haast geïrriteerd en vol onbegrip snauwde hij: ‘Hoe kun je dat nou denken? Dat is echt onzin. Wat heb ik dan gedaan dat jij denkt dat ik jou als niets meer dan een seksobject zie?’
Ze haalde haar schouders op. Verdrietig, angstig om zijn boosheid. Zijn verwijten, alsof haar irrationaliteit niets meer dan belachelijk was, deden haar pijn.
Even was het stil voordat ze genoeg moed vond om voorzichtig naar de oorzaak te verwijzen: ‘Misschien is het omdat ik altijd al als een seksobject ben behandeld.’
Het tragische van dit moment was niet dat haar geschiedenis voor haar geen rol speelde terwijl ze die illusie nu wel wekte, maar dat het nooit een rol zou mogen spelen. Haar pogingen om zich los te koppelen van wat haar overkomen was waren te goed uitgewerkt, want hij kon haar ook niet anders zien.
In zijn armen huilde ze. Niet omdat zij een Geschiedenis kende waardoor ze was getekend, maar omdat hij er nooit naar had gevraagd.

Nog een hele week
2010/08/28 16:27:17

Het heeft lang genoeg geduurd. Ik heb genoeg te doen, genoeg boeken te lezen, genoeg uren te werken, genoeg woorden te schrijven, maar ik verveel me. Ik mis een soort van echte diepgang.
    Het kriebelde al weken geleden toen ik mijn boeken uit de verhuisdozen pakte. Aan zoveel kleeft een herinnering die wetenschappelijk is bezwaard. De wereld als markt en strijd – met al zijn ezelsoren een toonbeeld van mijn werkwijze: alles wat mooi is of wat ik denk te kunnen gebruiken heb ik vastgevouwen. Watchmen – door zijn exclusieve vorm (een graphic novel, zoals dat zo mooi heet) een uitzondering, maar daardoor ook verrijkend. Tongkat, De naam van de vader, Ulysses, en zo kan ik een tijdje doorgaan. Boeken die ik afgelopen jaar niet gelezen zou hebben als ik niet zou hebben gestudeerd.
    Ik mis het analyseren, het denken over een samengebonden hoopje woorden. Bijna kan ik het niet bevatten dat mensen andere wetenschap dan de literatuurwetenschap zou willen beoefenen. Taal is alles, de kunst die daarvan gemaakt wordt is het mooist en de wetenschap daarover is onbeschrijfelijk. Het is zo allesomvattend en zelfverrijkend dat ik denk dat het uniek is. Ach, laat me dromen. Dit is hoe ik gelukkig ben.
      Ik zal nog moeten wachten. Dus werp ik me nu maar op de studiehandleidingen van de aankomende vakken. Ik bestel vol vreugde de boeken die ik zal moeten gaan lezen en schik me tevreden in mijn rol als nerd. Dit is hoe gelukkig ik ben.

Vierkwartsmaat
2010/08/23 21:07:42

Het is hier nooit echt stil. Zelfs tussen de minieme momenten door dat ik niet mijn oren spits, hoor ik geruis of gesis. Maar dat zijn niet de ergste geluiden, want die zijn er altijd. Ik wacht op de onderbrekende klanken.
Woonkamer, ik lig op de bank. Mijn ogen zijn dicht, maar natuurlijk slaap ik niet. Ik wacht. Een kleine knal. Ogen open. Wat was dat wat zou dat zijn? Het blijft stil, dan geschraap. Wat was dat wat zou dat zijn? Nogmaals, geschraap, of nee, dit keer meer gekraak. Ik ren naar de keuken, ogen wijd, adem snel. De deur van de kast moet op slot.
Ramen dicht, want het geluid moet verdrongen. Of nee, ze moeten open, want ik wil geen demping. Dan weet ik minder. Natuurlijk luister ik nooit muziek. Ik praat nooit hardop. Ik roer met plastic lepeltjes.
De tijd verstrijkt. Ik kom steeds weer liggen op de bank, al loop ik heen en weer naar de keuken, de voordeur, de slaapkamer, al ga ik rechtop zitten op de bank. Wat zijn die geluiden toch? Het maakt niet uit, het is al weg. Daar is iets weer, wat was dat? Slaapkamer. Niets te zien. Bank. Stil gaan zitten, geen geritsel van kleren – dat laat dingen ongehoord. Daar was een dichtslaande autodeur. Toch? Was het niet iets anders wat kan dat zijn geweest? Keuken. Man doet zijn autodeur op slot.
Bank, liggen, bonk. Nu is er echt iets, dat kan niet anders. Keuken. Ja, mannen in oranje hesjes. Ze praten, ik wacht. Een apparaat wordt aangezet. Het zoemt, nee brult, nee ronkt. Als een boor die een oneindige muur te lijf gaat grijnst het geluid me toe. Het overheerst alles.
Ik hoor mezelf niet lopen, niet neerploffen op de bank. Oh nee, wat nu? Ik hoor niets meer. Deze stilte is benauwend. Ik wacht, minutenlang, maar het blijft. Ik lijd, dit is pijn. Het martelt me evenveel als mijn eenzaamheid. Ik haat dat, haat mezelf dat ik het wegmaak. Haat dat ik denk. Stop deze gedachten! Geluid, ik wil geluid. Ik wil geen stiltes, hoor je dat, dat wil ik niet. Alles wil ik horen behalve deze klacht.
Ik sla de tafel – niets. Ik schuif een stoel aan – niets. Ik gooi een boek  neer – niets. Bonk met mijn hoofd tegen de muur. Gooi mijn hele lijf ertegenaan. Het helpt, nauwelijks. Ik maak muziek. Met elke bonk: ik – wil – geen – stilte – geef – me – geluid.
Het geronk stopt, maar ik ga door. Ik ga door totdat ik echt niets meer hoor.

Voordat jij sprak
2010/08/18 17:58:15

[Fictie]

Mensen hebben me zo vaak verweten dat ik in een fantasiewereld leefde. Ik was te dromerig, te naïef. Ik moest reëler zijn, me niet vastklampen aan waanideeën, aan dingen die toch niet gebeuren zouden, of heel misschien, wie weet, op wonderbaarlijke wijze toch – maar hoogstwaarschijnlijk niet.

    Ik lachte dan, ik vond het prachtig. Ik zag hun waarschuwingen als jaloezie, hun nuchterheid als vlakte. Hoe saai kun je zijn? dacht ik dan. Hoe passieloos? Ik nam tenminste diepe sprongen, in gedachten.
    Over jou heb ik zoveel gefantaseerd. Ik heb elke mogelijke manier laten ontstaan om elkaar te ontmoeten, om verliefd te raken en uiteindelijk samen gelukkig te zijn. Jij hebt zoveel van mijn gedachten bezeten. Elk liefdesverhaal kon over ons zijn geschreven. Wij waren afwisselend een cliché en vervolgens een bizarre samenvoeging van mensen. Jij was eerst een gebroken man waarna ik je redde, of ik was een verbitterde eenzame en jij degene die mij bevrijdde. We waren zoveel dat we mijn hele hoofd meedogenloos vulden.
    Maar toen praatte je tegen mij. Waarom deed je dat? Waarom praatte jij? Tegen mij? Je dwong me om te reageren, met mijn mond, met mijn stem, met mijn gebaren. In de lucht die trilde stonden wij en plots praatten we. Het was niet meer ‘jij die me voorbij liep’ en ‘ik die jou nakeek’, maar ‘wij praatten’.
    Nu heb je het zoveel ingewikkelder gemaakt. Ik hield van je als fantasie, van wat er uiteindelijk van ons zou worden, maar ik sloeg zoveel stappen over. Ik negeerde de ongemakkelijke momenten, de banale woorden die we bij elke samenkomst zouden moeten spreken, de lange dagen dat ik jou niet zou zien. Al die dingen die twijfel opriepen, alles wat ons echte samenzijn uitstelde, waren te pijnlijk om aan te denken. Uit gemakszucht sneed ik, bracht een bijna levenslang verhaal terug tot enkele minuten. Nu moet ik elke echte minuut beleven, alle onzekerheden meemaken. Alles is zo teleurstellend, want niets kan alles wat ik dacht evenaren. (En dan die moordende gedachte: Wat als dit over is? Wat als we samen zijn? Is die ware droom wel te verdragen?)
    Ik haat jou omdat jij die paar zinnen tegen mij sprak. Nu zullen we verder moeten, want ik kan niet meer doen alsof we elkaar niet kennen. We zullen elkaar telkens aan moeten spreken, ons vorige gesprek voort moeten zetten. We zullen voorzichtig onze gegevens uitwisselen, ik zal dagenlang wachten op jouw sms’jes. Het zal nog weken duren voor we van verliefdheid mogen spreken. Deze geschiedenis is een marteling.
    En ik heb nergens om naartoe te vluchten. Mijn dagen en nachten zijn leeg. Ik moet de dingen hun beloop laten en mag er niet meer over fantaseren. Stampvoeten, dat mag ik. Het loopt helemaal niet zoals ik had bedacht.

Implosie
2010/08/14 16:17:50

Het raakte me. En terwijl ik me enerzijds mee liet voeren met dat gevoel, ervoer ik tegelijkertijd ook een surreëel zelfbewustzijn. Als een passieve observeerder voelde ik hoe er iets in mijn borstkas samengedrukt werd, hoe het zich daar opeenhoopte, als een kluwen van vertedering, vervulling en verwondering. Ik voelde ook hoe ik protesteerde, omdat ik het enerzijds fijn vond, maar anderzijds ook benauwend. Alsof ik bang was voor een explosie liet ik het dus maar imploderen. Ik versplinterde het binnenin mij en liet het zich verspreiden door mijn bloedbaan, waar het zich algauw oploste in mijn organen.

Het leek toen alsof het nooit had bestaan.

Dus weemoedig bedacht ik me dat het altijd een implosie is; ik hou me altijd in. Geraakt worden is voor mij telkens beheerst. Soms komen er tranen of kriebelt mijn huid, maar verder mag er niets naar buiten. Terwijl het juist stom, zo jammer is om het te onderdrukken, omdat het een van de beste gevoelens is. Ben ik niet juist iemand die zich voedt met de verhalen van anderen – waarom zou ik de groei daarvan in mij dan begrenzen?


Ik haat al deze eigen belemmeringen. De grenzen stel ik zelf op, uit angst, als bescherming, maar kom er later weer op terug. Laat ik toch maar de muren afbreken, denk ik dan. Laat ik toch maar voor het onveilige kiezen. Laat ik toch maar kapot maken wat ik eerst noodzakelijk achtte. Maar deze destructie is van de goede soort.


Nu wil ik af gaan breken, nu wil ik voelen wat zoveel me doet. Ik wil niet dat het een wegsterven van wordt, maar ook wil ik niet een uitbarsting. Het eruit voelen sijpelen, dat is wat ik wil. Ik wil dat het aanhoudt, een tijdje, dat ik het constant voelen blijf, telkens in andere lichaamsdelen, op andere manieren, ik wil het uitdragen zodat ik het zie en hoor en proef. Dat wil ik tot ik de emotie compleet geleefd heb.


Ik geef me over, want me inhouden wil ik niet meer.

Ik schik me naar haar grillen
2010/08/07 10:49:07

Ze is de leukste bedpartner die ik ooit heb gehad. Ik hou van haar egoïstische kattenmanieren, van haar constante schreeuw om aandacht. Het is heerlijk om haar te horen rondsluipen, vervolgens te voelen he ze op mijn bed springt en ze dan soms aarzelend en soms heel zelfverzekerd naderbij komt.
    Ik weet nog de eerste nacht, waarin ze voorzichtig was. Ze ging op het dekentje naast me liggen en deed alsof ze sliep, maar zodra ze doorhad dat ik mijn ogen opende, sprong ze gauw weg, asof ze er heus niet voor mij lag. Ik liet haar maar. Ik smeekte haar niet om terug te komen, zei niet dat ze best naast me mocht komen liggen. Uit een hoopvolle afwachtendheid gaf ik me over aan haar grillen.
    En dat doe ik nu nog steeds. Nu komt ze graag dichtbij, durft zo goed als zij het
kan naast me in te slapen. Al rent ze het merendeel van de nacht rond, maar ik gun haar haar speelsheid. Wetende dat ze weer naar me toe zal komen.
    ‘s Ochtends, dan is ze op haar liefst. Haar intuïtie vertelt haar dat ik wakker ben en dat ik haar dus aandacht geven zal. Gewillig leg ik mijn dekbed goed, zoals zij die het het liefst heeft. Dan legt ze eerst haar voorpootjes op het stukje deken, snuffelt even aan mijn gezicht of handen en zet vervolgens ook haar achterpoten op ons terrein. Het plukken begint dan, waarbij ze met haar voorpoten haar plek goed schikt (terwijl ik een beetje angstig ben, hopende dat mijn deken niet onder haar nageltjes rafelt. Maar natuurlijk zeg of doe ik niets; ze is zo snel gekrenkt dat ze me meteen verlaten zou).
    Als ze eindelijk haar lichaam neervlijt en ik blij word van haar warmte, staat ze toch weer op, herhaalt al haar bewegingen en gaat weer liggen. Zo gaat het steeds door, waarbij ze van tijd tot tijd mijn opgehouden hand kopjes geeft (ik mag haar niet uit mezelf aaien, maar moet wachten totdat zij het toestaat) en uiteindelijk springt ze toch weer weg. Ook dat geeft niet, want ze is lief geweest en ik ben een stukje gelukkiger.
    Ik ben veel te sentimenteel. Zelfs toen ze in mijn gezicht niesde vond ik haar lief.

De perfecte reactie
2010/08/01 20:16:10

Het was alsof ik naar mezelf keek, naar hoe ik drie jaar geleden in een Londense boekwinkel stond. Ik bladerde met matige interesse door een boek waar ik niets vanaf wist, maar hoe meer foto’s ik bekeek, hoe nieuwsgieriger ik werd, hoe meer mijn focus groeide en hoe meer ik overmeesterd werd. Tot ik als een bezetene elke foto bestudeerde, de teksten mompelde en er een vreemd maar fijn gevoel in me groeide. Ik moest zitten, moest blijven bladeren, moest alles in me opnemen, moest snel zijn want de anderen slenterden al bij de uitgang rond. 
Nu zag ik ditzelfde opnieuw. 

De reactie had dus niet perfecter gekund. Ik heb mensen gekend die lauw reageerden, het wel interessant vonden, maar er niet door bevangen werden. Ik heb ook mensen gekend die de schoonheid zagen, die geraakt werden en, overweldigd door de intensheid en originaliteit, haast verkeerden in ongeloof.

Ik was bang dat hij tot de eerste groep zou behoren. Maar hij bleek de beste van de tweede soort te zijn. Waardoor ik nogmaals geraakt werd, want ik was mijn onschuld vergeten en herinnerde het me nu pas weer. Ik voelde de schoonheid van dat vergeten moment.

En wou het voor me zien, dus ik zei: ‘Kom eens naast me zitten, dan kan ik meelezen.’
Verdwaald in zijn eigen roes gaf hij hard en eerlijk antwoord: ‘Nee, ik wil het alleen bekijken.’
Ik schrok niet van de afwijzing, van de onbeleefde onrechtvaardigheid, maar van alweer die herkenning. Drie jaar geleden had ik het boek zwijgend weggelegd en had me ontheemd bij de anderen gevoegd. Op vragen of ik iets leuks had gezien antwoordde ik ontkennend ‘nee’, omdat ik wist: het moest iets van mij blijven totdat ik het delen kon.

115 Totaal items 1  2  3  4  5  ...  15 


Blogbottom menuOver mijbottom menuCVbottom menuContact