Blog http://www.minaetemad.nl//index.php Mooie gordijnen 2010/09/03 21:07:00 Ze keek me niet aan toen ik via de galerij op haar afstapte. Ik begreep het meteen.
‘Ben je bang voor honden?’ vroeg ze me.
Er valt niets te vrezen, dat weet ik. Maar toch: ‘Alleen als ze heel groot zijn.’
‘Hm, ja... Het is een blindegeleidehond.’
Ik bemiddelde: ‘Die zijn meestal heel lief’ en was blij om eens niet te horen dat hij of zij echt niets doet hoor.
De hond overweldigde me. Ze sprong tegen me op, kwispelde, draalde, hijgde, ze snuffelde en sprong weer. In het kleine halletje staande dansten wij terwijl de vrouw ‘laag’ riep. De hond luisterde, maar kende haar baasje te goed: stiekem, stilletjes begon ze toch weer tegen me op te kruipen.
Thee werd ongezien voor me ingeschonken, terwijl ik werd opgeslokt door de omarmingen van de hond, die me nog steeds zo enthousiast ontving dat ik me gevleid begon te voelen.
We dronken thee en praatten, ik observeerde. Een vreemde gedachte kwam in me op: dat ik alles kon doen wat ik wilde, ongemerkt. Ik kon mijn tong uitsteken, mijn nagels bestuderen terwijl ik met haar converseerde of het schoonmaakwerk lusteloos doen. Maar ik wist al dat ik niets anders zou doen dan ik altijd al deed.
Terwijl ik praatte keek ik haar aan, ik lachte, veranderde van gezichtsuitdrukkingen. Ik maakte spiegels schoon, ik zoog in alle hoeken. Ik complimenteerde haar over haar gordijnen, ik duwde een onder een kast gevallen papiertje in haar handen. Ik volgde haar vinger naar foto’s van haar eerdere vier honden, ik verplaatste beeldjes om eronder te kunnen afstoffen.
Niet uit medelijden deed ik dit alles, niet omdat deze vrouw dit niet kon. Niet omdat ze het niet verdiende om verwaarloosd te worden, niet omdat zij juist een betere behandeling verdiende dan anderen. Niet omdat ik met tranen in mijn ogen had gestaan omdat zij mij als enige onbevooroordeeld had toegesproken; ze had gedacht dat ik een Nederlandse was met blonde haren. Niet omdat zij mij door haar handicap wel moest vertrouwen, terwijl ik zo makkelijk had kunnen stelen, liegen of bedriegen. Niet om dit alles.
Ik deed het zoals altijd uit een soort van liefde. Zij was niet anders dan alle anderen, zij had ook simpelweg geleefd. En in haar zag ik wat ik vaker zag: een wil. Ik weet niet naar wat, dat doet er ook niet toe, want het is anders, bij iedereen. Maar deze mensen zijn niet hetzelfde als de apathische soort, zij die verzuurd zijn, verbitterd. Het leven heeft hen niet gegeven wat ze vroegen (omdat ze niet tevreden waren met wat ze kregen), dus nu willen ze alleen maar hun ontevredenheid uiten. Zij zijn de ergsten, mijn verschrikkingen. Maar ook bij hen ben ik dezelfde; ik ga altijd op zoek naar een sprankje leven. Door mijn glimlach heen ben ik wanhopig zoekende naar hun wil, hoop het beetje eruit te kunnen trekken. Oh, ik ben soms zo vervelend naïef.
En veel te gevoelig. Ik had medelijden met de hond. Ik schaam me voor mijn gedachten, voor mijn vochtige ogen op dit soort momenten, maar ik kon het niet aanzien hoe ze me aankeek met een knuffel in haar bek. En stomme ik, ik kan niet met honden spelen. Zelfs niet toen het me duidelijk werd dat de hond zo aandrong omdat de oude vrouw niet met haar kon spelen.
De eenzaamheid van de hond, vermengd met de toewijding jegens haar baasje, raakte me. De vrouw had ongelukkig kunnen zijn, maar koos ervoor te willen leven. De hond had niets te willen, maar gaf de vrouw toch alles, alle liefde die ze in zich had.
Nee, ik weet nog steeds niet waarvoor ik zou willen leven.

]]>
2]]>
]]>
http://www.minaetemad.nl/index.php?post=115
De Geschiedenis van Amelia Hofstede 2010/09/01 12:29:43 Amelia was geboren op 15 augustus 1985 als derde dochter van Anna en Henk Hofstede. Toen ze vijf was, was ze haar moeder kwijtgeraakt in de Bijenkorf en was huilend een uur onder een kledingrek weggekropen. Haar oma was op haar twaalfde overleden en haar tante was alcoholist. Vijf jaar geleden had haar vader een auto-ongeluk gehad waardoor hij niet meer kon lopen. Maar daar gaat het hier allemaal helemaal niet om.
De Geschiedenis die ertoe doet begon toen Amelia voor het eerst echt verliefd werd. Haar gevoelens voor Rick sprak ze echter nooit uit, omdat hij al met Linda had, en ze op dertienjarige leeftijd al genoeg kennis van de wereld bezat om bang te zijn voor afwijzing en schaamte. Na anderhalf jaar onbeantwoorde aanbidding werd ze het zat en accepteerde haar verlies even stil als haar liefde. Toen volgde er een periode van jeugdige relaties, die van haar kant een zekere naïeve toewijding bezaten, terwijl het voor de jongens eigenlijk alleen maar een spel was, een voorbereiding op latere liefdes. Pas toen de leeftijd voor seks aanbrak, ontspon ook haar lot, zoals haar dat jaren later nog steeds zou tekenen.

Haar Geschiedenis was bekend bij de mensen om haar heen. Ze dachten dat het als een zware last op haar moest drukken, dat het haar redenen gaf om geen geloof te hebben in de liefde. Maar iedereen wou haar gelukkig zien en zei haar niet op te geven. Vooral toen ze na anderhalf jaar ongebondenheid op haar vijfentwintigste Tobias leerde kennen, overstelpten ze haar met optimisme.
‘Ik hoop dat het dit keer beter gaat. Dat verdien je echt.’ Amelia knikte.
‘Gezien jouw Geschiedenis zou het fijn zijn als het dit keer echt wat werd, Melie’. Zij beaamde.
‘Volgens mij is hij heel anders dan de anderen’. Wat kon ze anders zeggen dan dat zij dat ook hoopte?

Het waren woorden die helemaal niet gezegd hadden hoeven worden. Want wat iedereen vergat te zien is hoe makkelijk zij verder ging. Ze had helemaal geen steun nodig gehad, niet die opbeurende gedachten.
Ja, het was zo dat ze telkens rotervaringen achter de rug had. Ja, haar ene ex was zes keer vreemd gegaan. Ja, de andere had haar slechts als opvuller gebruikt in de periode dat het uit was met zijn vriendin. Ja, twee keer had ze gehoord dat het toch niets meer zou worden dan alleen maar een seksrelatie. Ja, ze was lastig gevallen door een oude man die haar onpasselijk had aangeraakt.
Dat was inderdaad allemaal zo. Maar dat alles was voor haar geen reden om te denken zoals haar omgeving vermoedde: dat liefde niet bestond, of dat zij het probleem was en nooit meer kon worden dan een seksobject. Zij had elke liefde opnieuw een eerlijke kans willen geven, niet geremd door haar geschiedenis. Zij had onbevooroordeeld willen liefhebben zoals ze altijd al deed. Maar ze werd beperkt, gehinderd door het constante schetsen van haar Geschiedenis door haar vrienden en familieleden. Hun woorden overschreeuwden haar pogingen om haar verleden geen rol te laten spelen in haar handelingen van nu.

Haar geschiedenis nam daarmee ook voor haar een prominente plaats in terwijl het werkelijk niet ter zake deed. Tobias en zij lagen te praten in bed. Ze zei iets waaruit bleek dat ze dacht dat hij haar maar voor één ding wou.  
Haast geïrriteerd en vol onbegrip snauwde hij: ‘Hoe kun je dat nou denken? Dat is echt onzin. Wat heb ik dan gedaan dat jij denkt dat ik jou als niets meer dan een seksobject zie?’
Ze haalde haar schouders op. Verdrietig, angstig om zijn boosheid. Zijn verwijten, alsof haar irrationaliteit niets meer dan belachelijk was, deden haar pijn.
Even was het stil voordat ze genoeg moed vond om voorzichtig naar de oorzaak te verwijzen: ‘Misschien is het omdat ik altijd al als een seksobject ben behandeld.’
Het tragische van dit moment was niet dat haar geschiedenis voor haar geen rol speelde terwijl ze die illusie nu wel wekte, maar dat het nooit een rol zou mogen spelen. Haar pogingen om zich los te koppelen van wat haar overkomen was waren te goed uitgewerkt, want hij kon haar ook niet anders zien.
In zijn armen huilde ze. Niet omdat zij een Geschiedenis kende waardoor ze was getekend, maar omdat hij er nooit naar had gevraagd.

]]>
1]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=114 Nog een hele week 2010/08/28 16:27:17 Het heeft lang genoeg geduurd. Ik heb genoeg te doen, genoeg boeken te lezen, genoeg uren te werken, genoeg woorden te schrijven, maar ik verveel me. Ik mis een soort van echte diepgang.
    Het kriebelde al weken geleden toen ik mijn boeken uit de verhuisdozen pakte. Aan zoveel kleeft een herinnering die wetenschappelijk is bezwaard. De wereld als markt en strijd – met al zijn ezelsoren een toonbeeld van mijn werkwijze: alles wat mooi is of wat ik denk te kunnen gebruiken heb ik vastgevouwen. Watchmen – door zijn exclusieve vorm (een graphic novel, zoals dat zo mooi heet) een uitzondering, maar daardoor ook verrijkend. Tongkat, De naam van de vader, Ulysses, en zo kan ik een tijdje doorgaan. Boeken die ik afgelopen jaar niet gelezen zou hebben als ik niet zou hebben gestudeerd.
    Ik mis het analyseren, het denken over een samengebonden hoopje woorden. Bijna kan ik het niet bevatten dat mensen andere wetenschap dan de literatuurwetenschap zou willen beoefenen. Taal is alles, de kunst die daarvan gemaakt wordt is het mooist en de wetenschap daarover is onbeschrijfelijk. Het is zo allesomvattend en zelfverrijkend dat ik denk dat het uniek is. Ach, laat me dromen. Dit is hoe ik gelukkig ben.
      Ik zal nog moeten wachten. Dus werp ik me nu maar op de studiehandleidingen van de aankomende vakken. Ik bestel vol vreugde de boeken die ik zal moeten gaan lezen en schik me tevreden in mijn rol als nerd. Dit is hoe gelukkig ik ben.

]]>
12]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=113 Vierkwartsmaat 2010/08/23 21:07:42 Het is hier nooit echt stil. Zelfs tussen de minieme momenten door dat ik niet mijn oren spits, hoor ik geruis of gesis. Maar dat zijn niet de ergste geluiden, want die zijn er altijd. Ik wacht op de onderbrekende klanken.
Woonkamer, ik lig op de bank. Mijn ogen zijn dicht, maar natuurlijk slaap ik niet. Ik wacht. Een kleine knal. Ogen open. Wat was dat wat zou dat zijn? Het blijft stil, dan geschraap. Wat was dat wat zou dat zijn? Nogmaals, geschraap, of nee, dit keer meer gekraak. Ik ren naar de keuken, ogen wijd, adem snel. De deur van de kast moet op slot.
Ramen dicht, want het geluid moet verdrongen. Of nee, ze moeten open, want ik wil geen demping. Dan weet ik minder. Natuurlijk luister ik nooit muziek. Ik praat nooit hardop. Ik roer met plastic lepeltjes.
De tijd verstrijkt. Ik kom steeds weer liggen op de bank, al loop ik heen en weer naar de keuken, de voordeur, de slaapkamer, al ga ik rechtop zitten op de bank. Wat zijn die geluiden toch? Het maakt niet uit, het is al weg. Daar is iets weer, wat was dat? Slaapkamer. Niets te zien. Bank. Stil gaan zitten, geen geritsel van kleren – dat laat dingen ongehoord. Daar was een dichtslaande autodeur. Toch? Was het niet iets anders wat kan dat zijn geweest? Keuken. Man doet zijn autodeur op slot.
Bank, liggen, bonk. Nu is er echt iets, dat kan niet anders. Keuken. Ja, mannen in oranje hesjes. Ze praten, ik wacht. Een apparaat wordt aangezet. Het zoemt, nee brult, nee ronkt. Als een boor die een oneindige muur te lijf gaat grijnst het geluid me toe. Het overheerst alles.
Ik hoor mezelf niet lopen, niet neerploffen op de bank. Oh nee, wat nu? Ik hoor niets meer. Deze stilte is benauwend. Ik wacht, minutenlang, maar het blijft. Ik lijd, dit is pijn. Het martelt me evenveel als mijn eenzaamheid. Ik haat dat, haat mezelf dat ik het wegmaak. Haat dat ik denk. Stop deze gedachten! Geluid, ik wil geluid. Ik wil geen stiltes, hoor je dat, dat wil ik niet. Alles wil ik horen behalve deze klacht.
Ik sla de tafel – niets. Ik schuif een stoel aan – niets. Ik gooi een boek  neer – niets. Bonk met mijn hoofd tegen de muur. Gooi mijn hele lijf ertegenaan. Het helpt, nauwelijks. Ik maak muziek. Met elke bonk: ik – wil – geen – stilte – geef – me – geluid.
Het geronk stopt, maar ik ga door. Ik ga door totdat ik echt niets meer hoor.

]]>
1]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=112 Voordat jij sprak 2010/08/18 17:58:15 [Fictie]

Mensen hebben me zo vaak verweten dat ik in een fantasiewereld leefde. Ik was te dromerig, te naïef. Ik moest reëler zijn, me niet vastklampen aan waanideeën, aan dingen die toch niet gebeuren zouden, of heel misschien, wie weet, op wonderbaarlijke wijze toch – maar hoogstwaarschijnlijk niet.

    Ik lachte dan, ik vond het prachtig. Ik zag hun waarschuwingen als jaloezie, hun nuchterheid als vlakte. Hoe saai kun je zijn? dacht ik dan. Hoe passieloos? Ik nam tenminste diepe sprongen, in gedachten.
    Over jou heb ik zoveel gefantaseerd. Ik heb elke mogelijke manier laten ontstaan om elkaar te ontmoeten, om verliefd te raken en uiteindelijk samen gelukkig te zijn. Jij hebt zoveel van mijn gedachten bezeten. Elk liefdesverhaal kon over ons zijn geschreven. Wij waren afwisselend een cliché en vervolgens een bizarre samenvoeging van mensen. Jij was eerst een gebroken man waarna ik je redde, of ik was een verbitterde eenzame en jij degene die mij bevrijdde. We waren zoveel dat we mijn hele hoofd meedogenloos vulden.
    Maar toen praatte je tegen mij. Waarom deed je dat? Waarom praatte jij? Tegen mij? Je dwong me om te reageren, met mijn mond, met mijn stem, met mijn gebaren. In de lucht die trilde stonden wij en plots praatten we. Het was niet meer ‘jij die me voorbij liep’ en ‘ik die jou nakeek’, maar ‘wij praatten’.
    Nu heb je het zoveel ingewikkelder gemaakt. Ik hield van je als fantasie, van wat er uiteindelijk van ons zou worden, maar ik sloeg zoveel stappen over. Ik negeerde de ongemakkelijke momenten, de banale woorden die we bij elke samenkomst zouden moeten spreken, de lange dagen dat ik jou niet zou zien. Al die dingen die twijfel opriepen, alles wat ons echte samenzijn uitstelde, waren te pijnlijk om aan te denken. Uit gemakszucht sneed ik, bracht een bijna levenslang verhaal terug tot enkele minuten. Nu moet ik elke echte minuut beleven, alle onzekerheden meemaken. Alles is zo teleurstellend, want niets kan alles wat ik dacht evenaren. (En dan die moordende gedachte: Wat als dit over is? Wat als we samen zijn? Is die ware droom wel te verdragen?)
    Ik haat jou omdat jij die paar zinnen tegen mij sprak. Nu zullen we verder moeten, want ik kan niet meer doen alsof we elkaar niet kennen. We zullen elkaar telkens aan moeten spreken, ons vorige gesprek voort moeten zetten. We zullen voorzichtig onze gegevens uitwisselen, ik zal dagenlang wachten op jouw sms’jes. Het zal nog weken duren voor we van verliefdheid mogen spreken. Deze geschiedenis is een marteling.
    En ik heb nergens om naartoe te vluchten. Mijn dagen en nachten zijn leeg. Ik moet de dingen hun beloop laten en mag er niet meer over fantaseren. Stampvoeten, dat mag ik. Het loopt helemaal niet zoals ik had bedacht.

]]>
7]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=111 Implosie 2010/08/14 16:17:50 Het raakte me. En terwijl ik me enerzijds mee liet voeren met dat gevoel, ervoer ik tegelijkertijd ook een surreëel zelfbewustzijn. Als een passieve observeerder voelde ik hoe er iets in mijn borstkas samengedrukt werd, hoe het zich daar opeenhoopte, als een kluwen van vertedering, vervulling en verwondering. Ik voelde ook hoe ik protesteerde, omdat ik het enerzijds fijn vond, maar anderzijds ook benauwend. Alsof ik bang was voor een explosie liet ik het dus maar imploderen. Ik versplinterde het binnenin mij en liet het zich verspreiden door mijn bloedbaan, waar het zich algauw oploste in mijn organen.

Het leek toen alsof het nooit had bestaan.

Dus weemoedig bedacht ik me dat het altijd een implosie is; ik hou me altijd in. Geraakt worden is voor mij telkens beheerst. Soms komen er tranen of kriebelt mijn huid, maar verder mag er niets naar buiten. Terwijl het juist stom, zo jammer is om het te onderdrukken, omdat het een van de beste gevoelens is. Ben ik niet juist iemand die zich voedt met de verhalen van anderen – waarom zou ik de groei daarvan in mij dan begrenzen?


Ik haat al deze eigen belemmeringen. De grenzen stel ik zelf op, uit angst, als bescherming, maar kom er later weer op terug. Laat ik toch maar de muren afbreken, denk ik dan. Laat ik toch maar voor het onveilige kiezen. Laat ik toch maar kapot maken wat ik eerst noodzakelijk achtte. Maar deze destructie is van de goede soort.


Nu wil ik af gaan breken, nu wil ik voelen wat zoveel me doet. Ik wil niet dat het een wegsterven van wordt, maar ook wil ik niet een uitbarsting. Het eruit voelen sijpelen, dat is wat ik wil. Ik wil dat het aanhoudt, een tijdje, dat ik het constant voelen blijf, telkens in andere lichaamsdelen, op andere manieren, ik wil het uitdragen zodat ik het zie en hoor en proef. Dat wil ik tot ik de emotie compleet geleefd heb.


Ik geef me over, want me inhouden wil ik niet meer.

]]>
2]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=110 Ik schik me naar haar grillen 2010/08/07 10:49:07 Ze is de leukste bedpartner die ik ooit heb gehad. Ik hou van haar egoïstische kattenmanieren, van haar constante schreeuw om aandacht. Het is heerlijk om haar te horen rondsluipen, vervolgens te voelen he ze op mijn bed springt en ze dan soms aarzelend en soms heel zelfverzekerd naderbij komt.
    Ik weet nog de eerste nacht, waarin ze voorzichtig was. Ze ging op het dekentje naast me liggen en deed alsof ze sliep, maar zodra ze doorhad dat ik mijn ogen opende, sprong ze gauw weg, asof ze er heus niet voor mij lag. Ik liet haar maar. Ik smeekte haar niet om terug te komen, zei niet dat ze best naast me mocht komen liggen. Uit een hoopvolle afwachtendheid gaf ik me over aan haar grillen.
    En dat doe ik nu nog steeds. Nu komt ze graag dichtbij, durft zo goed als zij het
kan naast me in te slapen. Al rent ze het merendeel van de nacht rond, maar ik gun haar haar speelsheid. Wetende dat ze weer naar me toe zal komen.
    ‘s Ochtends, dan is ze op haar liefst. Haar intuïtie vertelt haar dat ik wakker ben en dat ik haar dus aandacht geven zal. Gewillig leg ik mijn dekbed goed, zoals zij die het het liefst heeft. Dan legt ze eerst haar voorpootjes op het stukje deken, snuffelt even aan mijn gezicht of handen en zet vervolgens ook haar achterpoten op ons terrein. Het plukken begint dan, waarbij ze met haar voorpoten haar plek goed schikt (terwijl ik een beetje angstig ben, hopende dat mijn deken niet onder haar nageltjes rafelt. Maar natuurlijk zeg of doe ik niets; ze is zo snel gekrenkt dat ze me meteen verlaten zou).
    Als ze eindelijk haar lichaam neervlijt en ik blij word van haar warmte, staat ze toch weer op, herhaalt al haar bewegingen en gaat weer liggen. Zo gaat het steeds door, waarbij ze van tijd tot tijd mijn opgehouden hand kopjes geeft (ik mag haar niet uit mezelf aaien, maar moet wachten totdat zij het toestaat) en uiteindelijk springt ze toch weer weg. Ook dat geeft niet, want ze is lief geweest en ik ben een stukje gelukkiger.
    Ik ben veel te sentimenteel. Zelfs toen ze in mijn gezicht niesde vond ik haar lief.

]]>
6]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=109 De perfecte reactie 2010/08/01 20:16:10 Het was alsof ik naar mezelf keek, naar hoe ik drie jaar geleden in een Londense boekwinkel stond. Ik bladerde met matige interesse door een boek waar ik niets vanaf wist, maar hoe meer foto’s ik bekeek, hoe nieuwsgieriger ik werd, hoe meer mijn focus groeide en hoe meer ik overmeesterd werd. Tot ik als een bezetene elke foto bestudeerde, de teksten mompelde en er een vreemd maar fijn gevoel in me groeide. Ik moest zitten, moest blijven bladeren, moest alles in me opnemen, moest snel zijn want de anderen slenterden al bij de uitgang rond. 
Nu zag ik ditzelfde opnieuw. 

De reactie had dus niet perfecter gekund. Ik heb mensen gekend die lauw reageerden, het wel interessant vonden, maar er niet door bevangen werden. Ik heb ook mensen gekend die de schoonheid zagen, die geraakt werden en, overweldigd door de intensheid en originaliteit, haast verkeerden in ongeloof.

Ik was bang dat hij tot de eerste groep zou behoren. Maar hij bleek de beste van de tweede soort te zijn. Waardoor ik nogmaals geraakt werd, want ik was mijn onschuld vergeten en herinnerde het me nu pas weer. Ik voelde de schoonheid van dat vergeten moment.

En wou het voor me zien, dus ik zei: ‘Kom eens naast me zitten, dan kan ik meelezen.’
Verdwaald in zijn eigen roes gaf hij hard en eerlijk antwoord: ‘Nee, ik wil het alleen bekijken.’
Ik schrok niet van de afwijzing, van de onbeleefde onrechtvaardigheid, maar van alweer die herkenning. Drie jaar geleden had ik het boek zwijgend weggelegd en had me ontheemd bij de anderen gevoegd. Op vragen of ik iets leuks had gezien antwoordde ik ontkennend ‘nee’, omdat ik wist: het moest iets van mij blijven totdat ik het delen kon.

]]>
4]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=108 Een of andere ziekte 2010/07/28 07:52:07 Hij zei: ‘Ik heb myotone dystrofie.’ Of het waren twee andere onherkenbare woorden met ergens ‘dys’ erin. Hij vervolgde: ‘Je weet waarschijnlijk niet wat dat is.’
Een onmerkbare milliseconde twijfelde ik over mijn volgende zet, maar besloot het risico te nemen (met in mijn achterhoofd nog de blik van verwondering op zijn gezicht toen ik vertelde dat ik studeerde en dat ik bijna 23 jaar ben en niet zijn geschatte 17 jaar) en antwoordde met een wijze glimlach dat ik dat wel wist.
Wat ik verwachtte, speelde zich vervolgens gelukkig af. Hij vertoonde geen afwijkend gedrag. Eerst zei hij: ‘Oh... De meesten weten dat namelijk niet’, om vervolgens mijn onwetendheid (waar hij geen weet van had) tegemoet te komen en te zeggen: ‘Dat is als je spieren [bla bla weet ik veel ik luisterde toch niet want ik hoefde het niet na te zeggen].’
Ik knikte alsof ik allang wist wat hij nu aan het vertellen was. We voelden ons beiden slim.

]]>
4]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=107 Wat je weggeeft krijg je nooit meer terug 2010/07/23 18:04:11 Ze stond op met een onheilspellend gevoel en die leegte in haar buik. Haar hart klopte toen al net wat slagen harder, alsof er vandaag iets groots te gebeuren stond, en Linde voelde hoe een apart soort opwinding zich van haar meester maakte. Maar ze wist zeker dat in haar agenda op deze september de 28ste niets bijzonders stond; ze zou een dinsdagse routine volgen waarbij ze de hele dag verplichte colleges had, met als bijzonderheden daarnaast voor deze dag dat ze niet vergeten moest afwasmiddel te kopen. Verder waren er geen belangrijke dingen die haar aandacht nodig hadden, waren er geen bijzondere mensen jarig of moesten er mensen herdacht worden en eveneens was er een plek die ze per se vandaag nog bezoeken moest. En toch was ze ongerust, ervan overtuigd dat er iets zou gebeuren.
    Het gevoel bleef door haar lichaam stromen, bleef haar in zijn dwang houden. Het verplichtte haar te staren terwijl ze haar ontbijt klaarmaakte en haar kleren aandeed; dan stond ze even roerloos stil, van de wereld afgesloten, bezig met iets en toch zonder enige beweging. Dan staarde ze zonder ook maar iets te zien, om na een onbekende hoeveelheid seconden zich weer langzaam aan haar bezigheid te wijden. Het viel haar allemaal zelf niet op. Ze had niet door dat haar ochtendrituelen deze keer wat langer duurden, maar ervoer wel steeds die nervositeit in haar ledematen. Een stem in haar binnenste leek haar te zeggen: ‘Vandaag is de dag’, maar noch die stem, noch zijzelf wist waarvoor.  
    Pas toen ze op de fiets zat bedacht ze het zich, wist ze het, alsof het iets was wat ze tot dan toe simpelweg vergeten was, iets wat op deze datum – deze vierentwintigste keer dat ze de achtentwintigste dag van september beleefde – gebeuren zou, maar wat nu pas in haar herinnering terugkwam. Terwijl ze haar dagelijkse route fietste overviel het besef haar en dit zou de enige keer die dag worden dat zij zich niet verroerde maar dat ze wel vooruit kwam. Pas toen haar wielen zo traag draaiden dat omvallen haast onvermijdelijk werd, liet ze haar benen weer werken en merkte tegelijkertijd dat het onheilspellende gevoel was verdwenen en had plaatsgemaakt voor een soort van zekerheid om het besef dat ze vandaag zou sterven.
    Het stond toen al voor haar onontkoombaar vast; het zou onvermijdelijk de komende uren gebeuren. Ze voelde het even sterk als een van haar voorgevoelens, een bijzondere eigenschap die ze van haar oma had geërfd. Die had de gave bezeten om thuis te blijven op momenten dat het nodig was of juist om weg te gaan als haar gevoel dat ingaf, en het was door haar onfeilbare intuïtie geweest dat ze tegenover haar man had gezeten in hun woonkamer toen hij zijn laatste adem uitblies, in plaats van zich bij haar wekelijkse thee-uurtje met de overbuurvrouw te bevinden. Ook had oma Schouten meerdere malen verloren gewaande sieraden, boeken en papieren teruggevonden en haar dochter (Lindes tante) gewaarschuwd toen deze aankondigde met een hautaine bankier te gaan trouwen. Het advies werd echter niet opgevolgd en tante Ada beleefde inderdaad vijf ongelukkige jaren met een man die noch zijn rookverslaving, noch zijn buitenechtelijke avontuurtjes op wou geven voor zijn vrouw.
    Linde kon ook plots dingen aanvoelen zoals haar geliefde oma dat ook had gedaan en dat was niet de enige eigenschap die zij beiden deelden; dezelfde kalmte die Linde verlichtte, was ook kenmerkend geweest voor Hetty Schouten. Beiden bewogen ze zich eveneens met dezelfde zweverige passen en kenden een trots en eigenzinnigheid die nooit verward kon worden met arrogantie; ze hadden simpelweg nooit spijt van wat er in het verleden gebeurd was en waren daarom in staat om in vrede te leven met de loop die hun levens zouden nemen.
    Het was ook daarom dat Linde niet in paniek raakte na het denken van die afschuwelijke gedachte. Niet dat ze ooit echt paniek gekend had, maar zelfs deze zekerheid van het einde kon haar niet tot onrechtvaardigheden in haar stabiele denken bewegen.

Gedurende de dag deed ze wat ze doen moest. Ze besefte niet de nutteloosheid van het nemen van college-aantekeningen of het kopen van een nieuwe fles afwasmiddel op deze dag, of misschien besefte ze het zich ook wel, maar had ze al een minuut nadat ze haar lot die dag had vastgesteld op de fiets met zichzelf afgesproken dat ze niets afwijkends doen zou vandaag. Ze zou leven zoals ze altijd had gedaan en zien wat haar zou overkomen.
    Met een zekere laconiekheid, een in overpeinzingen verdronken roes, liet ze daarom deze laatste dag haar meevoeren. Maar ze was niet bang of wanhopig; ze zag geen onheil in de dagelijkse gebeurtenissen, dacht niet bij het oversteken dat een auto haar nu zou scheppen, liep niet over bruggen met het angstwekkende idee dat die ineen zouden storten, voelde haar hart niet in een laatste doodsstrijd kloppen als ze vliegtuigen laag over hoorde vliegen en bij geen een handeling die ze uitvoerde dacht ze: ‘Dit is de laatste keer dat ik dit doe’. Nee, ze was zozeer bevangen door haar gedachten over haar leven dat ze vergat te denken aan het moment en de wijze van haar dood, dat toch wel naderbij moest komen.
    De enige gedachte met betrekking tot haar einde die ze wél had, kon direct gelinkt worden aan die afschuwelijke leegte in haar buik. Ze zag dat gevoel echter helemaal niet als de kwaal waaraan ze zou sterven, maar wou wel graag van de pijn en de vragen erover verlost zijn voordat ze niet meer leven zou.
    Met behulp van haar sterk analytisch vermogen bestudeerde ze zichzelf en constateerde dat het een gemis was. Deze hapering in haar ingewanden kon niets anders zijn dan het niet hebben van datgene waar ze naar verlangde. En terwijl ze terugdook in haar herinneringen, de dood van haar oma oprakelde, pijnlijke jeugdherinneringen herbeleefde en schaamtevolle scènes herinnerde, bedacht ze zich dat het een gemis aan liefde moest zijn.
    Niemand had ooit van haar gehouden. Natuurlijk had ze wel liefde gekend, maar dat was voornamelijk de vanzelfsprekendheid van familiale koestering en genegenheid geweest – nooit was ze echt liefgehouden. Nooit was er iemand geweest die de onherroepelijke woorden tussen twee toevallige geliefden tegen haar had gezegd. Ze was wel vastgehouden, vaak genoeg, maar niet een keer was ze innig omarmd. Ze was wel door mannenhanden gestreeld, maar nooit was ze geliefkoosd. Ze had talloze malen seks gehad, maar geen een keer had ze de liefde bedreven. Er was wel naar haar verlangd, maar nooit was zij oprecht gemist.
    Terwijl deze gedachten door haar hoofd gingen, voelde zij het gat in haar lichaam groter worden. Met stekende kreten trok het haar ingewanden tegelijkertijd uiteen en in elkaar, waardoor ze haar handen op haar buik moest leggen om wat verlichting aan haar beurse innerlijk te verlenen. Tegelijkertijd dacht ze aan alle keren dat zij had gehouden van en dat waren er zoveel geweest. Ze had haar hart en alles wat ze nog meer te bieden had elke keer weer opengesteld, elke keer weer weggegeven. Zij had zonder voorwaarden van elke man die haar had gestreeld, omarmd of gekust gehouden. Niet door naïviteit, maar door een overtuiging om alles te geven, kon ze zeggen dat ze echt van hen gehouden had.
    Nu deed het haar pijn dood te gaan met dat gemis, maar het was geen verbittering wat ze voelde. Ze erkende het feit dat zij gehouden had van, maar dat niemand van haar had gehouden, maar moest tegelijkertijd aan haar oma denken, die eens had gezegd: ‘Alles wat je weggeeft, krijg je nooit meer terug. Dat wil alleen maar zeggen dat wat jij van anderen krijgt alles is wat je zelf niet hebt.’
    Toen herinnerde ze zich een andere zin, die zij eveneens aan haar oma toeschreef, maar die ook best uit een boek had kunnen komen, namelijk dat er geen grotere glorie is dan te sterven uit liefde.
    Haar optimistische natuur eigen, werd ze bevangen door de troost van de rechtvaardiging. Ze bedacht zich dat het misschien erger was te sterven voordat je echt had liefgehad dan te sterven zonder te zijn liefgehouden. Als je had gegeven wat je had, grenzeloos en passievol, was doodgaan wellicht minder pijnvol dan voortdurend te hebben ontvangen.

Constant tobbend vergleed zo de dag voor haar. Doordat ze alsmaar in gedachten was verzonken, vergat ze dat ze alweer vier colleges had gevolgd, drie maaltijden had gegeten, zeven mailtjes had beantwoord en onder andere een fles afwasmiddel had gekocht, maar nog steeds niet was gestorven. De dag was voorbij gegaan zonder dat haar voorgevoel uit was gekomen en het opmerkelijke was dat zij hier zelf niet bij stil stond.
    Pas toen ze bijna in slaap viel – nog steeds door haar gedachten over de zinvolheid van haar leven geplaagd – kwam ze tot de ontdekking dat ze nog leefde. Vlak voordat haar lichaam haar meenam naar het piekerloze centrum van de slaap, dacht ze dat het misschien dan vannacht moest gebeuren, waarbij ze van de tijdelijke vergetelheid in de definitieve zou verglijden.
    Maar die nacht stierf ze niet en ook niet de dag erop of in de weken die volgden. Dus concludeerde zij – geheel onterecht – dat ze kennelijk nog niet genoeg gegeven had. Alsof haar levensdoel eruit bestond haar hart leeg te wringen, had ze vanaf toen meer lief dan ze ooit had gehad.

]]>
8]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=106 De last der tranen 2010/07/20 20:41:19 In zijn armen
huilde ik, ik besnikte
het lijden dat sneed

Mijn huid verlangde
naar warmte, naar meer
dan starre kille angst

Al drie keer had ik
zijn tranen omarmd
Die wurgden mijn hart

Zijn last ontwarend
kuste ik, ik trachtte
te lenigen de smart

Nu ik eindelijk huilde
deed ik dat des te meer
om zijn armen zonder troost

Die vastbesloten afstand steeds;
mijn tranen een last
Ik wierp me van hem af

]]>
3]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=105 Wraak 2010/07/17 15:20:29 Terwijl ik haar kamer overvol met spullen stofzuig, zit zij gebogen over een Zweedse puzzel. Hoe ouder je wordt, hoe meer spullen je hebt, heeft ze me net gezegd. Ik lachte, maar ik dacht: hoe ouder je wordt, hoe meer spullen je zou moeten weggooien.
    Zonet heeft ze me betuttelend uitgelegd dat ik de trap van boven naar beneden moet stofzuigen, waar ik het nog steeds niet mee eens ben – het maakt echt niet zoveel uit. Maar ik klemde mijn lippen stijf op elkaar, ook toen ze me zei dat ik bij het ramen lappen de kozijnen mee moest nemen en de stofzuigerkop twee standen kende. Vermoeide beleefdheid woog op dat moment zwaarder dan trots.
    Even later drinken we thee. Nog steeds zit ze te prutsen aan haar puzzel, af en toe haar tweedelige puzzelwoordenboek openslaand. Dat heb ik nooit begrepen; hoeveel bevredigender is het als je op eigen denkkracht de letters plaatst? 
    ‘Ze worden steeds lastiger’, zegt ze. ‘Hier: goedgebouwd’, en ze wijst. . L . NK.
    ‘Slank’, floep ik eruit. Ze kijkt zowel mij als de puzzel wantrouwend aan. ‘Ik weet niet hoor, dat is toch niet hetzelfde als goedgebouwd?!’

      Ik verschuif mijn ene wenkbrauw naar boven, maar besluit er niet echt op in te gaan.
    ‘Misschien moet ik even in een van de andere kijken’ en weer wijst ze. Ditmaal naar een plank met dikke boeken: De Puzzelencyclopedie, 100000 Puzzelwoorden, Van Dale Puzzelwoordenboek, Omgekeerd puzzelwoordenboek en Meer dan 750000 puzzelwoorden.
    Dan, geirriteerd zuchtend: ‘Volgens mij worden deze puzzels door buitenlanders gemaakt. Er staan zulke rare dingen in.’

       Wonderbaarlijk genoeg gooi ik de tafel niet om en gebruik ook niet een van de boeken als wapen. Rustig zeg ik: ‘Dat denk ik niet, mevrouw’ en zet uiteen waarom.
    Maar het is hopeloos, want haar blik is nog steeds wantrouwend. ‘Deze dan: hondenras.’  . . . R . . OR. ‘Ik weet niet... Terrier kan niet.’ Haar hand grijpt naar het woordenboek.
    ‘Labrador’, fluister ik, net hard genoeg voor haar om het niet te horen.

]]>
6]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=104 Machteloos 2010/07/15 14:15:44 Ik ben er zo zeker van dat jij en ik. Dit geloof is niet op te geven, dit is een zekerheid die ik niet kan ontkennen. En toch ben ik zo machteloos, juist omdat ik de waarheid weet. Machteloos omdat ik vind dat jij de verkeerde keuze maakt. Omdat ik jou niet van gedachten kan laten veranderen.

En toch blijf ik erin geloven. Hoe arrogant dit ook mag klinken. Al bedoel ik niet dat ik het zoveel beter weet, maar mijn zekerheden zijn productiever dan jouw angsten. Ik weet nou eenmaal dat de rust die we bij elkaar voelen liefde is (hoe zwaarbeladen dit ook mag klinken). Weet hoe ver jij zou kunnen komen. Hoeveel je mij te geven hebt. Jij weet het ook, maar het voelen wil je niet. Je ontkent me.

Ik heb nooit om een drastische verandering gevraagd. Maar zelfs de kleinste stapjes wil jij niet nemen. Dat is het enige wat je hoeft te doen: bereid zijn om te bewegen. Maar jij staat liever stil dan dat je mogelijkheden creëert. En de mogelijkheden die ik zie, die ik wil maken, wijs je af zonder het te overwegen. 

Die machteloosheid doet mij zoveel meer pijn dan alles wat jij het label ‘kwetsend’ geeft. 

Ik faal omdat ik jou niet kan overtuigen. Ik ben tot niets in staat. Ik kan alleen maar zoveel om je geven dat het pijn doet om jou niet gelukkig te zien.
En toch te weten dat ik de weg ken, maar jij niet samen met mij wilt lopen.


(Ook machteloos vanwege zij die is overleden. Nog steeds onwerkelijk... Zo waardevol voor velen en toch is ze er niet meer. Rust zacht.)

]]>
3]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=103 Alles wat ik heb is voor mij gemaakt 2010/07/12 12:16:55 Ik loop van de hal naar de woonkamer, naar de slaapkamer, naar de badkamer en sta weer in de hal. Dit is de veiligheid waar ik naar heb verlangd. Alles wat hier staat is van mij. Ik bezit een huis en de inrichting ervan. Ik draag zorg voor de netheid, voor de warmte, het licht en de rekeningen. 

Zodra iets in mijn bezit komt, vergroot het mijn voorzichtigheid. Plots ga ik genegenheid voelen voor de levenloze objecten, omdat ze me gelukkiger maken. En ik wil ze dan goed verzorgen, zodat ik me er fijn om blijf voelen, dus koester ik ze. Vandaar dat ik in paniek raakte toen mijn nieuwe wasmachine plots geluiden maakte alsof hij gemarteld werd. Of toen bleek dat ik zo stom was geweest om bij het in elkaar zetten van een kast twee planken er verkeerdom in te doen. Met pijn in mijn hart kijk ik naar de littekens van mijn wrede actie die als spijkergaten in de planken geslagen zijn. 

Dus dit is veiligheid: ongerust zijn over mijn spullen. Ik mag niets stuk maken, mag niets verwaarlozen. Ik mag niet falen. En wat als er brand uitbreekt? Wat als er ingebroken wordt? Dan heb ik niets meer, niets meer wat van mij is. 

En dat is een gekke gedachte. Want dit huis mag dan op mijn naam staan, de veiligheid ervan draagt niet alleen de sporen van mijn handen. Hoe zou ik dit ooit hebben kunnen bezitten als ik niet geholpen was? Alles hier is van mij, maar ook weer niet. Alles ligt onder mijn verantwoordelijkheid, maar ook weer niet. Ik kan onmogelijk voor alles zorg dragen. Er zijn altijd degenen die ik kan bellen over de jankende wasmachine, die mijn kast weer op de goede manier in elkaar zetten en wiens verfsporen nog op de muren zitten (sommige ernaast, maar wat geeft dat?).
Ik zou me nooit veilig hebben gevoeld als ik in mijn jeugd en de jaren daarna geen veiligheid had gekend. Nog steeds voel ik me dan ook het onbezorgdst als ik in het huis van mijn ouders ben, want daar is alles geregeld – daar is alles veilig. Het meest thuis blijf ik me wel voelen als ik omringd word door al mijn eigen spullen, maar dat maakt niet uit; ik ben er welkom. 

Dat rondje (hal – woonkamer – slaapkamer – badkamer) heb ik lang geleden ook gelopen. In ons eerste appartementje in Nederland was het waar ik mezelf vermaakte door te dralen, te draaien en mijn bewegingsvrijheid te onderzoeken. Tot er een kast werd geplaatst voor de tweede badkamerdeur in de slaapkamer, maar wat gaf dat? Ik had verder toch alles. 

]]>
2]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=102 De tijd verlengd 2010/07/07 08:06:55 Opeens kan ik weer slapen. Al sinds een paar weken ken ik niet meer dat eindeloze piekeren in bed of de vele minuten woelen. Ik vraag me niet meer af hoe laat het al zou zijn en geef me haast apathisch over aan tijdloosheid. Ik ken wel nog de vermoeidheid, maar dat is omdat ik ochtenden koester. Nooit word ik later dan zes uur wakker – de dagen nemen hun tijd.

Nu las ik iets waardoor ik schrok. “En hier zat ik, met een lieve, hartelijke jonge vrouw in de stoel naast me, slapend naast me (het meest vertrouwde en intieme wat je bij een ander kunt doen, denk ik weleens) en de trieste waarheid was dat de verbondenheid die ik tussen ons voelde waarschijnlijk tijdelijk zou zijn.” (Uit: De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim van Jonathan Coe)


Dat deel tussen haakjes, is dat niet de ultieme verklaring?
Het kunnen slapen begon op het moment dat ik besloten had niet meer naast jou te slapen. Dat maakt jou tot de oorzaak van mijn slapeloosheid. Jij, die jezelf altijd op een afstand hield en zodra ik probeerde te naderen manoeuvreerde jij, ontweek je me. Waardoor ik bang werd, constant in twijfel dat ik het verkeerd deed – ik faalde. Worstelend met de vraag hoeveel ik kon geven liet ik mijn angst de nachten overwinnen. Ik deed waar ik mezelf zo vaak en lang op heb getraind: ik sloot me af. En kon (wilde) daardoor niet slapen.

Maar nee, zo is het allemaal niet gegaan. Ik wilde echt niet slapen, want slapen betekende juist het opgeven van alles wat ik had: de tijd. Ik wou geen minuut van jou naast me missen.

]]>
7]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=101 Een weg terug 2010/07/03 15:14:44 Ik heb mijn naam nooit mooi gevonden. De lange klinkers zijn te lijzig voor mij. Ik hou niet van de zeurderige klanken, niet van de letters of de tonen. Het klinkt lelijk, denk ik dan, want ik ben dat niet. Ik wil dat niet zijn.

Toch vind ik het soms wel mooi. Als het uitgesproken wordt zoals het hoort, met volle, korte klanken waar een zachtheid van de nasale medeklinkers in zit. De vocalen moeten kort, ze moeten stoppen op tijd. Ze moeten gevormd worden door monden die daar bekend mee zijn – Nederlanders kunnen het niet, want hun klinkers zijn vaak te lang. Daarom hoor ik het maar zelden, als ik er niet op voorbereid ben.

Het liefst hoor ik het van mannen, want zij leggen onverwachts tederheid in hun stem en daarmee in mijn naam. Vrouwen kennen geen zachte m of n: hun stemmen zijn te hoog en te hard. Mijn naam is bedoeld als muze, niet als vraag of bevel.

Ik weet nog momenten dat mijn naam mooi geklonken heeft, vooral die keer dat ik vluchtte. Hij zei mijn naam, waar een vraag, een smekende wens naar mijn geruststelling in lag, maar waar ook angst, vermoeidheid en wanhoop in verscholen zat. Zijn uitspraak was niet de lange, maar ook niet de hele korte versie: het zat ertussenin. De i en de a waren kort, als in missen en afstand, en de m en n waren zachte aanrakingen tussen delen van zijn mond. Hij kende deze klanken, zijn tong was ermee bekend: de prosodie die hij volgde was er een die in de woorden en niet de lettergrepen besloten lag. Ik schrok ervan mijn naam te horen, de geladenheid van dat moment te voelen in slechts één woord, maar verborg mijn ontdaanheid en mijn verdriet. Ik antwoordde nietszeggend en kleurloos: ‘Ja?’ en liep toen uiteindelijk weg.

Gisterochtend hoorde ik het weer. De leuke jongen achter de balie pakte een papier van een stapel op zijn bureau en reikte het me aan. Hij zei ‘nou’ en toen mijn naam. Hij zei mijn naam zoals het hoort, zoals het mooi klinkt, zoals een lied. Hij zei mijn naam terwijl ik hem die niet had verteld; hij las het van zijn scherm. Hij zei mijn naam, achteloos maar aandachtig, en ik schrok. Van de klanken, die zelden mooi klinken na elkaar, van de onverwachte intimiteit. Ondanks de schok en ondanks mijn vreugde antwoordde ik heel neutraal. Hij zei me volgende week terug te komen en ik besloot natuurlijk: ‘Dat is goed.’

]]>
7]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=100 Het blijft mijn verhaal 2010/06/29 17:25:37 Vandaag zag ik wat ik had willen zijn. Ik had erover gefantaseerd, maar het werd dus nooit mijn geschiedenis. Nu kon ik alleen maar kijken, zien hoe het was veranderd in werkelijkheid en was opgeleefd tot een lief tafereel.

Het blijft wel altijd mijn verhaal.

Ik kan niet eens boos zijn, want ik vind het zo mooi. Zo mooi dat mijn verhaal, mijn fictie, mijn fantasie, ontstaan bleek te zijn. Zo mooi hoe ze daar stonden, zo geweldig dat het werkte. Ik ben een schepper, ik creëer. En hoe graag ik ook een deelnemer had willen zijn, hoe graag ik niet verliezen wou, ik voel wel hun geluk.

Nu nog het accepteren van mijn lot, genoegen nemen met mijn passieve rol. Nu niet meer verdrietig zijn.

]]>
7]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=99 Het verschil 2010/06/25 16:51:50 Ik hou van het bos. Van dagen waarop de zon me wekt. Van bloemetjespatronen en van alle soorten groenten.
Ik haat de zee en ochtenden met regen. Ruitjespatronen vind ik lelijk en vlees wil ik niet eten.


Hij dacht dat ik hem niet snapte, dat hij gestoord aan het worden was. Ik dacht dat hij niet gekker was dan ik. Ik zag dat we vreesden voor dezelfde leegtes. Hij kon niet lachen om sommige van mijn grapjes, omdat die te ver konden gaan. Voor mij betekende het slechts dat ik me voldoende op mijn gemak voelde bij hem. Hij dacht dat hij alles alleen oplossen kon. Ik trachtte te zeggen dat ik dat al had geprobeerd, maar geleerd had dat dat niet werkte. Hij dacht dat ik zo alfa was en hij zo beta, maar ik waardeerde juist zijn interesse in kunst en was zelf altijd nieuwsgierig naar al het technische wat hij vertellen kon.
    Hij wist niet of hij wel zoveel nadenken wilde. Ik wist al zeker dat we beiden beter af waren als we daar niet mee stoppen zouden. Hij vond mij zo paradoxaal, maar ik wist dat hij ook wel moest weten dat hij dat eveneens over zichzelf zeggen kon. Hij dacht dat ik wel wist wat ik wilde. Ik wist dat we beiden aan het zoeken waren. Hij was bang om te geven om, en ik was bang om niets te krijgen.

Hij was ervan overtuigd dat hij gelijk had, terwijl ik dat niet kon snappen. Waarom zag ik de dingen anders dan hij? Waarom zag hij alleen de verschillen en ik de overeenkomsten? Al kon ik niet om dat ene verschil, dat minieme verschil in visie, heen.
    Nu is het niet zo dat ik gelijk wil hebben, wil horen dat mijn perspectief het juiste was, maar ik wil het niet verkeerd hebben. Als het zo is dat hij gelijk had, wil ik weten waarom ik dat dan niet zie, want deze fout wil ik nooit meer maken. Ik wil niet blind zijn, want alziend kan ik toch niet worden.

]]>
3]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=98 De stilte 2010/06/22 22:25:09 Dezelfde hemel boven ons,
onze muren zijn gelijk
De lente omarmt ons allebei
Maar onze harten – twee
Onze handen – uiteen
Ons gehuil hangt in ons keel
Ons gelach is zonder geluid.

Ik kan niet, ik kan jou niet begrijpen
Al delen we dezelfde nachten
Dezelfde pijnen die ons huis bevolken
verjagen ons, maar niet van elkaar vandaan

Schreeuw mij eruit
Laat mij hier gaan
Een van ons zal moeten praten

]]>
3]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=97 Mondige meisjes 2010/06/19 17:49:16 Mevrouw Hubeek zat op haar favoriete stoel aan de keukentafel met een sigaret in haar ene hand en een rekening in de andere. Terwijl ze zenuwachtig een paar slokjes van haar koffie nam, legde ze de rekening op een stapel papier. Ze mompelde wat in zichzelf en bewoog haar kopje weer terug naar het schoteltje, maar niet voordat ze het papieren onderleggertje met bloemetjespatroon weer rechtgezet had.
    Vervolgens wandelde ze even heen en weer naar de woonkamer, ondertussen vergetend wat ze van plan was daar te doen. De sigarettenrook volgde haar, terwijl Tupac de kat haar tegemoet kwam. Samen gingen ze weer terug naar de keukentafel – zij waggelend met haar logge lijf en hij sierlijk en arrogant trippelend.
    Mevrouw Hubeek liep naar de trap. Met haar roodgelakte nagels trok ze haar pyamashirt weer recht over haar grote borsten en krabde daarna even aan haar rug. Toen ze haar bed bereikte was ze al vijf spiegels gepasseerd, maar in geen van allen had ze een blik geworpen. Niet uit angst, maar uit onverschilligheid. Ze wist toch wel wat erin te zien zou zijn. Gelukkig had ze nog foto’s uit oude tijden toen ze nog gewild was en geen medicijnen slikte. Foto’s waar ze vol nostalgie naar kon kijken. De foto’s van haar dochter (zestien op de keukentafel, vijf op het fotolijstje voor de spiegel in de hal en elf in de woonkamer) bekeek ze echter veel vaker.
    Ze zat even op de rand van het bed, rookte haar sigaret op en strompelde weer naar beneden. Deze keer krabde ze zichzelf op haar hoofd en voelde hoe haar stugge, roodbruine haar zich langs haar vingers schuurde. Vandaag zou ze het weer moeten wassen. Voor de zoveelste keer bij de keukentafel aangekomen pakte ze nogmaals de rekening op. Haar oog viel op de rekening daaronder waar ze eergisteren zo van was geschrokken. Een bedrag dat even groot was als haar maandelijkse uitkering zou zij over moeten maken naar een of ander bedrijf voor iets met haar telefoon waar ze helemaal geen gebruik van had gemaakt. ‘Mooi niet dat ik dat ga doen!’, had ze toen gedacht. Dat had ze toen ook aan de vrouw gezegd die de telefoon had opgenomen. ‘Mooi niet dat ik dat ga betalen! Jullie zoeken het maar uit!’ en toen had ze opgehangen.
    Natuurlijk zat ze er gisteren nog over in de stress, maar opeens was daar een reddende engel verschenen. Het Marokkaanse meisje van de thuiszorg had haar geholpen toen mevrouw Hubeek het verhaal uitvoerig had verteld. Hayat had het bedrijf gebeld, een e-mail of zoiets gestuurd en haar gezegd dat het goed zou komen. De lieve schat had zoveel moeite voor haar gedaan. En mevrouw Hubeek had met haar Amsterdamse accent verzucht: ‘Jullie generatie is zo mondig geworden. Jullie komen echt op voor je eigen. Ik heb alleen maar een grote bek.’
    Ze zei die zinnen opnieuw hardop en beleefde de behulpzaamheid van het meisje opnieuw. Even verzonk ze in gedachten, moest denken aan de Marokkaanse vriendinnetjes van haar dochter. Die waren ook zo mondig. Evenals haar dochter. Mevrouw Hubeek was daar stiekem trots op.
    Deze gedachten vervoerden haar voor een klein minuutje naar een serene staat, maar toen moest ze alweer denken aan Marokkaanse jongens. Die waren alleen maar uit op stoerdoenerij. Ze moest eraan denken dat een ervan haar dochter de dood in had gejaagd, te hard rijdend met zijn net verworven rijbewijs.
    Ze stak nog een sigaret op en keek naar een van de foto’s van Amy op de keukentafel. Deze waren allemaal genomen in de laatste maanden voor haar dood en toonden een mooi pubermeisje met een brutale glinstering in haar blauwe ogen. Het gelige licht van de schemerlamp viel precies zo dat mevrouw Hubeek haar eigen gezicht in dat van haar dochter weerspiegeld zag.

]]>
6]]>
]]> http://www.minaetemad.nl/index.php?post=96